Alle ingrediënten voor een geslaagde fuif kan je hier terugvinden. We vertellen je welke voorbereidingen je als fuiforganisator moet treffen, wat je de dag zelf allemaal te doen staat als organisator én wat je te wachten staat 'the day after'. Verder maken we je wegwijs in de regelgeving rond fuiven die vooral voor de fuiforganisator van belang is, en we geven je tips om je fuif veilig en vlekkeloos te laten verlopen.
We hebben ‘een fuif organiseren’ opgesplitst in drie delen:
De voorbereiding, de dag zelf en de dag erna.
In elk deel wordt precies uitgelegd hoe je dit kan aanpakken.
Let op: niets is een verplichting!
Aan de organisatie van een fuif gaat heel wat voorbereiding vooraf. We geven een overzicht van de keuzes die je als organisator moet maken en de zaken waarvoor je in de aanloop naar de fuif moet zorgen.
Als je besloten hebt om een fuif te geven, zijn er verschillende knopen die je moet doorhakken. Een ervan is: kies je voor een fuif exclusief voor genodigden of voor een fuif waar (in principe) iedereen welkom is?
Er is sprake van een privé-fuif als er op de fuif enkel mensen toegelaten zijn die een persoonlijke uitnodiging ontvangen hebben en waarvan de organisator een namenlijst heeft. Het moet dus uitgesloten zijn dat iemand anders een uitnodiging kan vragen of kopen. Of je al dan niet inkomgeld vraagt, doet weinig ter zake. Een openbare fuif is voor iedereen toegankelijk, eventueel tegen betaling van een toegangsprijs of door de aanschaf van een lidkaart.
Of je kiest voor een privé-fuif of een openbare, heeft heel wat praktische gevolgen. De meeste wettelijke bepalingen zijn immers niet van toepassing op privé-fuiven. Politiereglementen, sluitingsuren, de wet op de bewakingsondernemingen, de verplichte tapvergunningen gelden niet voor privé-fuiven.
Wel dien je als organisator van een privé-fuif SABAM en de billijke vergoeding te betalen. Het privé-karakter van een fuif sluit deze ‘auteursrechten’ niet uit!
Let op! Artikel 561 van het strafwetboek (verstoring van de nachtrust) geldt wel voor privé-fuiven, net als artikel 3 van het KB van 24 februari 1977 over geluidsnormen als de fuif plaatsvindt in een niet- ingedeelde inrichting.
Bij de keuze van een geschikte fuiflocatie spelen heel wat elementen mee. Wij zetten de verschillende mogelijkheden met hun voor- en nadelen voor jou op een rijtje.
Klik hier om een overzicht van de fuifzalen in Sint-Truiden te krijgen.
Denk je dat je de ideale fuifzaal hebt gevonden? Voor je de zaal reserveert, kan je best stilstaan bij een aantal zaken. Bestudeer het contract grondig voor je tekent.
Deze vraag is niet zomaar eenduidig te beantwoorden. In de wetgeving wordt het onderscheid gemaakt tussen ingedeelde inrichtingen, niet-ingedeelde inrichtingen en locaties waar er maar af en toe gefuifd wordt.
Een ingedeelde inrichting is een zaal met een milieuvergunning, een zaal die aan de Vlarem II-normen voldoet. Als de fuif plaatsvindt in een zogenaamde ‘ingedeelde inrichting’ dan zijn de voorwaarden om te fuiven vastgelegd in de milieuvergunning.
Gaat de fuif door in een niet-ingedeelde inrichting dan mogen er maximum 12 danspartijen (bal, fuif, trouwfeest, …) per jaar plaatsvinden, met een maximum van 2 per maand.
Eens fuiven in een sporthal, fabriekshal, magazijn, … kan in principe ook als er sprake is van een ‘bijzondere gelegenheid’ (bvb. 100-dagen-fuif). Maar ook al slaag je erin de eventuele geluidsoverlast binnen de perken te houden, vaak zijn deze locaties niet geschikt om er een fuif te houden. In principe moet je beschikken over een ‘attest hygiëne’ (formulier 240i, KB van 3 april 1953, BS 4 april 1953) te verkrijgen bij het stadsbestuur waar de inrichting gelegen is. De zaal moet o.a. over voldoende hygiënische sanitaire voorzieningen beschikken. Een groter probleem is de brandveiligheid. Vele van deze inrichtingen hebben onvoldoende nooduitgangen. Vraag aan de brandweer een verslag op te maken. Dit verslag zal onder meer aangeven hoeveel personen er binnen mogen.
Om op een jongerenfuif van een goede sfeer te kunnen spreken en letterlijk de adrenaline te laten stromen, is er ± 95 dB(A) nodig (meer moet echt niet en is erg schadelijk voor het gehoor). En hier wringt het schoentje vaak: in vele zalen – zelfs met milieuvergunning – mag je wettelijk maar 80 à 85 dB(A) halen.
Als je de mogelijkheid hebt, huur je best een zaal die over een milieuvergunning beschikt, op voorwaarde dat er 90 dB(A) en liefst zelfs 95 dB(A) kan worden gehaald. Of je de opgelegde geluidsnormen al dan niet overschrijdt, hangt ook af van de manier waarop de muziekinstallatie een plaats krijgt in de zaal. Een zaal die ook nog eens beschikt over een vaste muziekinstallatie (versterker en boxen) is dus ideaal.
Als je je fuif toch op een locatie organiseert die niet over een milieuvergunning beschikt, dan kan je een aanvraag indienen bij het College van Burgemeester en Schepenen om niet onder de geluidsnormen van het KB van 24/02/77 te vallen. In principe kan dit alleen als het om een bijzondere gelegenheid gaat. (bvb. het jaarfeest van een vereniging).
In principe wel. Als de uitbating gebeurt door een gemeentelijke of parochiale vzw of door een jeugdhuis dan is er geen handelskarakter aanwezig. Op fuiven in deze zalen mag iedereen zonder problemen binnen. Als je echter een zaal huurt van een discotheek of de gemeentelijke/ parochiale zaal werd in concessie gegeven (en de uitbater heeft dus een winstmarge op de drank) dan is er wel duidelijk een handelskarakter aanwezig. Min-16-jarigen mogen dan in principe niet binnen, tenzij ze worden begeleid door een volwassene.
Tip: Niet enkel de huurprijs van de zaal is belangrijk, ook wat er in deze huurprijs is inbegrepen. Is er een muziekinstallatie aanwezig? Heb je als organisator een percentage op de winst die er via het drankverbruik gemaakt wordt of gaat dit volledig naar de uitbater? Vraag ook na of de zaaluitbater het ‘jaarforfait B’ voor de billijke vergoeding heeft. Is dat niet het geval, dan gaat de factuur naar de organisator. Dit betekent zeker bij grotere fuiven een flink stuk minder winst!
Als je een fuif wil organiseren in openlucht of in een tent dan zijn er een aantal specifieke zaken waar je rekening mee moet houden.
Bij een openluchtfuif moet je altijd toestemming vragen aan de burgemeester om de fuif te mogen organiseren. Bij een fuif in een tent moet dat in principe nooit. Toch is het raadzaam goed na te denken over de locatie en rekening te houden met de eventueel te verwachten geluidshinder!
Een openluchtfuif is nooit gebonden aan de Vlarem- wetgeving. Ook voor een eenmalige tentfuif is er in principe geen milieuvergunning nodig. Maar volgens de VLAREM-I-indelingslijst mag de tent maximaal tweemaal per jaar op hetzelfde perceel of dezelfde percelen worden geplaatst gedurende maximum 3 opeenvolgende dagen. Als de tentfuif de derde is op dat perceel gedurende dat jaar, is er in principe dus wel een milieuvergunning nodig. In de praktijk is dat quasi onmogelijk omdat er bij de aanvraag van een milieuvergunning een voorafgaand akoestisch onderzoek moet gebeuren
De afspraken die je met verschillende partijen maakt voor de organisatie van je fuif, zet je best ook op papier, om later eventuele betwistingen te voorkomen. In dit deel vind je een aantal suggesties waar je best rekening mee houdt als het om contracten gaat, en wat er in de verschillende contracten vermeld wordt.
Tip 1
Laat nooit een minderjarige een contract ondertekenen, burgerrechtelijk is een minderjarige immers niet handelingsbekwaam.
Tip 2
Bekijk alles grondig voor je een contract afsluit. Je laat best een opschortende voorwaarde opnemen in het contract. Anders moet je, als de fuif omwille van onvoorziene omstandigheden niet doorgaat, toch betalen!
Tip 3
Voor vele organisaties betekent een ‘grote fuif’ organiseren, een omzet realiseren die een veelvoud is van hun normale jaarlijkse budget. Als het gaat over een feitelijke vereniging en het loopt financieel slecht af, dan heb je een probleem. Het zijn immers de individuele leden die zich persoonlijk verbinden tot de verplichtingen van de vereniging. De vereniging bezit geen rechtspersoonlijkheid. Concreet betekent dit dat de medewerkers die de contracten afgesloten hebben, hun verbintenissen moeten nakomen. Diegene die het contract ondertekende zal dus persoonlijk opdraaien voor de schulden. Jeugdorganisaties die niet over voldoende financiële reserves beschikken en die jaarlijks een ‘megafuif’ organiseren, kunnen daarom overwegen een vzw op te richten. Binnen een vzw zijn de leden immers niet persoonlijk aansprakelijk, enkel de vzw kan aansprakelijk gesteld worden op voorwaarde dat de rechtspersoonlijkheid tegenstelbaar is aan derden en dat de vereniging beheerd wordt als 'een goede huisvader'.
Bij een ingedeelde zaal zal het contract meestal de voorwaarden en beperkingen vermelden die door de milieuvergunning zijn opgelegd. Het gebruik van een geluidsbegrenzer wordt vaak verplicht. In sommige zalen is ook het gebruik van de vaste muziekinstallatie (versterker en boxen) verplicht. De zaaluitbater is verantwoordelijk voor het respecteren van de geluidsnormen. Houd je je als organisator niet aan de opgelegde geluidsnormen en de uitbater wordt beboet, dan kan de uitbater via de burgerlijke rechtbank het geleden financiële nadeel verhalen op de organisator.
Bij een niet-ingedeelde inrichting kan de zaaluitbater er in het contract op wijzen dat jij als organisator verantwoordelijk bent bij de overschrijding van de geluidsnormen van het KB van 24 februari 1977, die een geluidsnorm van 90 DB(a) voorschrijft. Meestal zal ook melding worden gemaakt van het maximum aantal toegelaten personen, dat bepaald is in het brandveiligheidattest.
Wat kan je in een contract met de zaaluitbater nog terugvinden?
Wat neem je allemaal op in het contract met de Deejay of de groep die je uitnodigt om het muzikale aspect van de fuif voor zijn/haar rekening te nemen?
Ook al neem je als organisator de nodige voorzorgen, toch kan er altijd iets misgaan. Om je in te dekken tegen de verschillende risico’s die aan het geven van een fuif verbonden zijn, kan je vooraf een aantal verzekeringen afsluiten. Als je een fout maakt waardoor schade ontstaat, kan je burgerrechtelijk aansprakelijk gesteld worden. Gelukkig kan iemand die aansprakelijk gesteld wordt, in veel gevallen rekenen op de bescherming door een verzekering die de schadevergoeding op zich neemt. Zo worden de belangen beschermd van elke persoon die door de fout van iemand anders schade lijdt. Maar ook de belangen van de persoon die de schade heeft veroorzaakt, worden beschermd. Verzekeringen zijn niet alleen een zaak voor de organisator, ook de zaaluitbater heeft bepaalde verplichtingen. Hier vind je een overzicht.
Wie een zaal huurt, informeert bij de zaaluitbater best of er een brandverzekeringspolis werd afgesloten. In het contract met de zaaluitbater moet vermeld staan dat de eigenaar ‘afstand van verhaal’ doet ten aanzien van de inrichters. Deze clausule voorziet dat indien brand ontstaat op een moment dat het gebouw of delen ervan verhuurd wordt, toch de eigen brandpolis van de eigenaar van toepassing is. In feite zou ook de verzekeringsmaatschappij in haar contract met de zaaluitbater afstand moeten doen van verhaal bij verhuur. Als je een gemeentelijke zaal huurt, is dit meestal in orde. Als er geen “afstand van verhaal” voorzien is in de brandpolis van de eigenaar, dan sluit je best zelf een aparte brandpolis af voor de periode dat je gebruik maakt van de zaal, en voor de inboedel.
Opgelet:
De voorwerpen die je zelf in het gebouw/de zaal opstelt (bijvoorbeeld de muziekinstallatie) vallen uiteraard niet onder de vaste inboedel en bijgevolg ook niet onder de “afstand van verhaal”. Deze voorwerpen moet je, als je dit nodig vindt, nog apart verzekeren. (zie verzekering “alle risico’s”) De brandverzekering dekt enkel schade veroorzaakt door een aantal welomschreven (brand, ontploffing, water,…) Schade te wijten aan andere redenen wordt niet door een dergelijke polis gedekt en dient eventueel nog apart verzekerd te worden via een polis “contractuele aansprakelijkheid”.(zie verzekering contractuele aansprakelijkheid)
Door de wet van 30 juli 1979 betreffende de preventie van brand en ontploffing (BS 20 september 1979) en betreffende de verplichte burgerrechtelijke aansprakelijkheid in dergelijke gevallen (KB 28 februari 1991, BS 13 april 1991) moet het merendeel van de voor publiek toegankelijke inrichtingen verplicht verzekerd zijn tegen lichamelijke en stoffelijke schade ten gevolge van brand en ontploffing. O.a. dancings, discotheken en alle openbare gelegenheden waar er wordt gedanst, vallen hieronder. De meeste zalen zullen dus beschikken over dergelijke verzekering.
Uit antwoorden op parlementaire vragen blijkt dat infrastructuur die slechts zeer occasioneel gebruikt wordt, niet geviseerd wordt door deze reglementering. Bovendien worden klassieke tenten van deze verzekering uitgesloten op grond van punt III, 16° van de ministeriële omzendbrief van 3 maart 1992.
De gewone verzekering Burgerlijke Aansprakelijkheid -privé-leven dekt een aantal dingen niet die je in verenigingsverband doet. Je doet er goed aan een verzekeringspolis ‘burgerlijke aansprakelijkheid' af te sluiten voor de schade die door een fout, een onvoorzichtigheid of een nalatigheid van één of meerdere van deze vrijwilligers werd toegebracht aan derden. In de meeste gevallen wordt deze schade immers niet gedekt door de klassieke ‘familiale’ polis van de betrokkene, als die er al is.
Zonder bijkomende verzekering Burgerlijke Aansprakelijkheid kan de organisator opdraaien voor schade die voortvloeit uit de organisatie. Bij een feitelijke vereniging zal dit altijd op de verantwoordelijke persoon worden verhaald. Heeft de
organisatie een vzw-structuur, dan zal de schade normaal op de vereniging worden verhaald.
Wat de bijkomende verzekering betreft heb je twee mogelijkheden: Je sluit een dagverzekering af, bovenop de bestaande verenigingspolis, dit is het meest raadzame als je slechts af en toe iets organiseert of als je regelmatig evenementen op poten zet, sluit je best een BA exploitatie of uitbating af op jaarbasis.
Een verzekering BA is echter geen ontlasting van mogelijke schuld. Je moet er dus steeds voor zorgen dat de organisatie goed is opgezet en dat het risico dat er iets fout loopt, zo klein mogelijk wordt gehouden. De schade mag dus niet te wijten zijn aan eigen schuld, een actieve daad of nalatigheid.
Meestal zijn enkel de organisator en zijn ‘afgevaardigden’ (de personen betrokken bij de organisatie) die schade berokkenen, gedekt door dergelijke verzekering.
De verzekering Burgerlijke Aansprakelijkheid dekt twee soorten schade: Materiële schade aan derden en lichamelijke schade: voor de terugbetaling van medische kosten tot een invaliditeitsuitkering.
Let op! Alles wat je ter beschikking hebt, bijvoorbeeld gehuurde zaal, materialen,… wordt dus niet gedekt door de verzekering Burgerlijke Aansprakelijkheid. Hiervoor kan je een brandverzekering en een verzekering contractuele aansprakelijkheid nemen.
Als je een zaal huurt, dan wordt er verwacht dat je de zaal na afloop in dezelfde staat achterlaat als waarin de zaal zich bevond voor de activiteit. Als er schade is, dan wordt volgens het Burgerlijk Wetboek ‘de huurder vermoed aansprakelijk te zijn’. Tenzij natuurlijk het tegendeel kan bewezen worden, en het bijvoorbeeld gaat om:
Als de zaaleigenaar een brandverzekering heeft met afstand van verhaal ten aanzien van de huurders dan zijn een aantal schadegevallen ten gevolge van brand, ontploffing, wateroverlast, … verzekerd met deze brandverzekering. Schade die echter werd veroorzaakt door een oorzaak die niet in de brandpolis omschreven staat, is dus niet door deze polis verzekerd.
Ook de polis burgerlijke aansprakelijkheid dekt enkel de buiten-contractuele aansprakelijkheid. Een “toevertrouwde zaak” is meestal uitdrukkelijk uitgesloten binnen de gewone BA, toevertrouwde zaken worden niet verzekerd via de Burgerlijke Aansprakelijkheidsverzekering. Met een verzekering contractuele aansprakelijkheid kan de schade die door toedoen van de organisator tijdens een activiteit ontstaan is, worden vergoed.
Opmerkingen: De verzekeringsmaatschappij kan echter altijd de onkosten van de schade terugeisen van de verantwoordelijke voor de schade (als deze gevonden wordt), als: het een ‘vrijwillige’ schade betreft: van iedereen; het een ‘onvrijwillige’ schade betreft: van iedereen die niet tot de medewerkers van de organisatie behoort. M.a.w. vandalisme wordt niet gedekt door deze verzekering, de verzekering zal trachten de onkosten die hieraan vasthangen te verhalen op de dader. En bij herhaaldelijk schadegevallen kan de verzekeringsmaatschappij weigeren nog langer te verzekeren.
Met deze verzekering kan je voorwerpen, naast de risico’s van een brandpolis, ook laten verzekeren tegen risico’s als vandalisme en diefstal. Opgelet: ‘verdwijning’ van een voorwerp (diefstal zonder sporen van braak) wordt nooit verzekerd!
Zowel materiaal dat je eigendom is, als materiaal dat je huurt, kan je op deze manier verzekeren. Bij gebruik van eigen materiaal dat al verzekerd is, blijft het materiaal verzekerd als het zich (tijdelijk) op een andere locatie bevindt. Wie regelmatig materiaal huurt, kan best een abonnementspolis op jaarbasis afsluiten. Meestal betaal je een percentage op de nieuwwaarde. Materiaal dat ouder dan 5 jaar verzekeren heeft weinig zin, dit materiaal heeft maar een erg beperkte waarde meer en toch is de premie gebaseerd op de nieuwwaardeprijs.
Een verzekering ‘alle risico’s’ is echter geen ontlasting van mogelijke schuld. Je moet er dus steeds voor zorgen dat de organisatie goed is opgezet en dat het risico dat er iets fout loopt, zo klein mogelijk wordt gehouden. De schade mag dus niet te wijten zijn aan eigen schuld, een actieve daad of nalatigheid.
Net als bij de verzekering contractuele aansprakelijkheid, kan de verzekeringsmaatschappij in geval van schade de kosten terugeisen van de verantwoordelijke voor deze schade (als deze gevonden wordt) indien:
Het gaat om ‘vrijwillige’ schade: van iedereen;
Het gaat om ‘onvrijwillige’ schade: van iedereen die niet tot de medewerkers van de organisatie die de polis heeft afgesloten behoort.
Heel wat gemeenten hebben voor hun gemeentelijke infrastructuur een verzekering die de burgerlijken en de contractuele aansprakelijkheid dekt, en waarin ook vandalisme is opgenomen. Soms kunnen verenigingen die gebruiken maken van deze infrastructuur ook via deze verzekering gedekt worden.
Bij de organisatie van een fuif of een groot evenement komen de risico’s op ongevallen om het hoekje loeren. Zeker bij de op- of afbouw lopen vrijwilligers risico’s. Zo kunnen medewerkers gekwetst geraken bij de opbouw van het podium, het opzetten van een tent, het aansluiten van de nodige nutsvoorzieningen, het ophangen van spandoeken van sponsors, …
Je kan overwegen om hiervoor een ongevallenverzekering af te sluiten.
In principe kan je elk mogelijk risico bij een verzekeringsmaatschappij laten verzekeren. In praktijk maak je best eerst een kosten – baten analyse: weegt het voordeel van de verzekering wel op tegen de financiële kostprijs? Weeg de opportuniteit van een verzekering ernstig af aan de hand van de plaats en soort van de activiteit, het verwachte aantal deelnemers enz. Je start best met het verzekeren van de zwaarste risico’s en vul dit indien nodig aan met verzekeringen voor de minder zware risico’s.
En tenslotte: voorkomen is beter dan genezen. Hoe goed je ook verzekerd bent, het is altijd beter als je via een goede preventie een ongeval hebt kunnen voorkomen.
Een fuif zou geen fuif zijn zonder muziek en lichtshow. Als de zaal waar je je fuif geeft niet over een vaste muziek- en lichtinstallatie beschikt, of als je opteert voor een openlucht- of tentfuif, moet je een aantal keuzes maken. Kies een geluidsinstallatie en lichtinstallatie op maat van de zaal/tent als die niet voor handen is. Je budget, en de ruimte waar je je fuif geeft, bepalen in belangrijke mate of je voor een uitgebreide lichtshow kiest of voor een bescheiden maar budgetvriendelijke set spots. Vraag ook na of de deejay’s een geluidsinstallatie voorzien. Is dit niet het geval, ga dan na wat ze precies nodig hebben, zodat je niet voor verrassingen komt te staan. (Een Deejay die bijvoorbeeld enkel vinylplaten speelt en er zijn alleen Cd-spelers voor handen.)
De Jeugduitleendienst van Sint-Truiden stelt geluid- en lichtapparatuur ter beschikking tegen een kleine vergoeding. Kies je voor een privé-firma, dan kan je best verschillende lokale geluids- en lichtinstallatieverhuurders contacteren om een vergelijking te maken van hun prijzen. Ga na of het gehuurde licht- en geluidsmateriaal verzekerd is, is dit niet het geval dan overweeg je best hiervoor een verzekering af te sluiten. Een belangrijke vraag is ook welke muziek je wil op je fuif. Ga je voor één specifiek genre of een themafuif of kies je voor een Deejay die verschillende genres door elkaar speelt? Hou hierbij niet alleen rekening met je persoonlijke voorkeuren maar denk ook aan het publiek dat je op je fuif verwacht. Vergelijk ook de prijzen van verschillende (lokale) dj’s. (Zie ook bij organisatorische maatregelen voor verdere afspraken met de deejay)
Als organisator kan je een aantal maatregelen nemen om de geluidshinder te beperken: Wijs de Deejay op de beperkingen wat de geluidsnormen betreft, je kan overwegen om dit ook op te nemen in het contract; Werk indien mogelijk met een geluidsbegrenzer. De politie kan voorafgaandelijk een geluidsmeting uitvoeren, in sommige gemeenten behoort dit tot de standaard service. Op die manier kan de versterker of de geluidsbegrenzer op voorhand goed afgesteld worden. Wegsnijden van de lage frequenties; In de praktijk zullen niet de luchtgeluiden, maar wel de contactgeluiden n.a.v de lage frequenties voor de meeste overlast zorgen. Met de equaliser kan je de lage frequenties (minder dan 80 Hz of zelfs 100 Hz) wegsnijden. Afhankelijk van de installatie kan men zo zelfs 5 decibel winst doen.
De meeste zalen zijn bovendien toch te klein om deze lage frequenties te gebruiken, ze zorgen enkel voor de vervorming van het geluid en voor hinder in de omgeving. Niemand zal merken dat deze weggefilterd zijn; Ruimtelijke controle en verdeling van de luidsprekers; In een ruimte wordt het geluid dat je hoort veroorzaakt door de geluidsgolven die rechtstreeks van de bron in het oor invallen en door geluidsgolven die tegen de ruimtebegrenzingen (vloer, wanden, zoldering) weerkaatsen. Hoe verder je van de luidsprekers verwijderd bent, hoe kleiner het belang van het rechtstreekse geluid: het gereflecteerde geluid is dan soms dominerend. Wanneer er slechts enkele luidsprekers worden gebruikt, wordt er in ruime mate gebruik gemaakt van de reflecties door de ruimte.
Om analoge redenen worden de luidsprekers dan ook (bewust of onbewust) in een hoek opgesteld. Bovendien moet het uitgestraald vermogen voldoende hoog zijn om op verdere posities nog voldoende hoge geluidsniveaus te bekomen. Deze combinatie van factoren vergroot de kans op geluidsoverlast van de muziek bij de buren. Bij een ruimtelijke verdeling van het geluid wordt ernaar gestreefd dat de muziek wordt gehoord via het rechtstreeks geluid en niet via reflecties. De ruimtelijke verdeling wordt verkregen door een groot aantal luidsprekers te voorzien. Als uitgangspunt geldt dat de bezoekers, voor wie de muziek bestemd is, zich nooit ver van de luidsprekers mogen bevinden. Om een goede kwaliteit te behouden is het bovendien noodzakelijk dat alle luidsprekers het geluidsspectrum zo volledig mogelijk weergeven ( dus geen gebruik van aparte baskasten). Omdat elke bezoeker zich dicht bij de luidspreker bevindt, is minder vermogen nodig, wat leidt tot een lager geluidsniveau in de inrichting en dus ook bij de buren. Bovendien leidt een ruimtelijke verdeling tot hogere controlemogelijkheden.
Er kunnen immers rustigere plaatsten in de inrichting voorzien worden, ofwel door op sommige plaatsen geen luidsprekers te voorzien ofwel via een aparte volumeregeling voor de daar aangebrachte luidsprekers. Verbetering qua opstelling of ophanging van de luidsprekers; Zoals hiervoor al werd aangegeven, worden luidsprekers vaak in een hoek geplaatst. Indien dit gebeurt tegen een scheidingswand met een aanpalende woning dan heeft dit een aantal nadelige effecten, namelijk: - kleine afstand tussen de bron en de aanpalende woning - verhoging van het geluidsniveau door reflecties - grote kans op trillingsoverdracht Geluid neemt af met de afstand. Bij opstelling of ophanging tegen een scheidingswand met aanpalende woning, wordt de geluidsbron echter juist dichter bij de omwonenden gebracht. Doordat er in de hoeken meer reflecties optreden (2 of 3 weerkaatsende wanden), neemt het geluidsniveau in een hoek of tegen een wand bovendien toe: bij lagere frequenties zelfs tot 6 en 9 dB. Bij een opstelling tegen de scheidingswand treden dergelijke verhogingen bij de buur zelf op. Tenslotte veroorzaakt de luidspreker trillingen in het ophangings- of opstellingssysteem, die zich dan in de bouwelementen voortplanten. Door een opstelling nabij de buur of tegen de scheidingswand is de kans dus groot dat hierdoor altijd contactgeluid bij de buur wordt veroorzaakt. Luidsprekers worden daarom best altijd trillingsvrij opgehangen of opgesteld.
Dit toont dus aan dat de luidsprekers liefst zo ver mogelijk van de scheidingswanden met aanpalende woningen worden geplaatst via een trillingsvrij bevestigingsmechanisme. Er zijn goede mechanismen in de handel verkrijgbaar. Een degelijke opstelling en opstellingsplaats in combinatie met een ruimtelijke verdeling en een behoorlijke geluidsabsorptie in de inrichting kunnen heel wat winst ( in sommige gevallen 10 dB(A) en meer) opleveren of bij eenzelfde emissie minder geluid bij de buren veroorzaken.
Wil je de kosten van je fuif vooraf een beetje opvangen, dan kan je op zoek gaan naar sponsors.
Je stelt best een dossier op voor kandidaat-sponsors, waarbij je een aantal zaken zeker niet mag vergeten te vermelden:
Ook mediasponsoring kan interessant zijn (krant, vrije radio, plaatselijke reclameblad,…) Voor de andere sponsors betekent dit ook extra publiciteit.
Denk eraan, de meeste firma’s krijgen massa’s aanvragen voor sponsoring. Met een originele aanvraag en een verzorgd dossiertje vergroot je je kansen op een positief antwoord.
Met een beetje verbeelding kan je het begrip sponsoring heel breed invullen. Een vraag naar sponsoring in natura zal bijvoorbeeld vaker positief beantwoord worden dan een vraag naar geld. Misschien is er wel een bank of een lokale radio die de affiches wil drukken. Voor een jeugdorganisatie kan het bovendien een stuk interessanter zijn sponsoring in natura te krijgen voor de werking dan geld. Creatieve geesten zullen een handelaar of een firma zeker suggesties aan de hand kunnen doen:
Fruit voor het jaarlijkse bivak, rotswol om het dak te isoleren, elektriciteitskabel om de elektrische installatie te verbeteren, gitaarversterker voor het jeugdhuis, nieuwe cd-speler voor het jeugdhuis, verf om de lokalen een nieuw kleurtje te geven, mosselen voor de mosselavond, broodjes, sportmateriaal,…
Op internet vind je tevens een website die zich bezig houdt met het zoeken van sponsors voor jouw evenement of fuif. Meestal krijg je een voordelige korting op sommige drankjes (Red Bull, Breezer, …)
Ga er zeker eens even kijken: Sponsorworld
Je hebt als fuiforganisator heel wat verschillende mogelijkheden om mensen op de hoogte te brengen van je fuif. Naast een overzicht van de mogelijke promotiekanalen, vind je hier ook de wettelijke bepalingen waaraan je je moet houden. Tenslotte geven we ook tips voor milieuvriendelijke promotie.
Het is niet uitzonderlijk dat op een affiche plaats of datum vergeten wordt of dat er een verkeerde datum wordt vermeld.
Wat moet je zeker op een affiche vermelden?
De Stad Sint-Truiden heeft wildplakzuilen ter beschikking voor niet-commerciële instellingen. Voor socio-culturele verengingen (bv jeugdbewegingen, sportclubs,…) en dus niet voor discotheken, dancings,…
Een overzicht van de stedelijke wildplakzuilen ('t Gemak).
Na diverse acties van de stedelijke jeugdraad, en dit gedurende een lange periode, werden er in 1998 diverse wildplakzuilen geplaatst. Doch duurde het nog tot januari 1999, en onder de niet afgevende impuls van de jeugdraad, vooraleer er tevens een politiereglement van kracht werd omtrent het gebruik voor deze zuilen. Het politiereglement dateert van 25 januari 1999. De wildplakzuilen zijn voorbehouden voor niet-commerciële verenigingen en instanties. De aankondiging mag, per activiteit per zuil, maximum 1m² innemen.
Plaklocaties in Limburg: http://plakzuilen.be/wiki/Limburg
In sommige gemeenten heb je een bouwvergunning nodig voor borden langs de weg. Gezien de meeste invalswegen gewestwegen zijn, moet je bij de provinciale dienst “Wegen en verkeer” toelating vragen. Het plaatsen van panelen is alleen toegestaan:
De vergunning wordt via het fuifloket aangevraagd bij de provinciale Afdeling Wegen en Verkeer van het Vlaamse Gewest. Je moet het aanvraagformulier Stad Sint -Truiden onder rubriek Formulieren invullen en bezorgen aan de jeugddienst. Ze geldt 14 dagen voor het evenement en tot 7 dagen erna. Overtredingen worden strafrechtelijk vervolgd en beboet. Er mogen geen verkeerstekens afgebeeld zijn op de borden of affiches en fluorescerende affiches moeten op minstens 75 meter afstand van verkeerslichten geplaatst worden.
Sinds 1 januari 2007 zijn alle affiches die kleiner zijn dan één vierkante meter vrijgesteld van aanplakkingtaks. Naast de A3-affiches, zijn dus ook A2-affiches (formaat 42x59,4cm), A1-affiches (formaat 59,4x84,1cm) en de A0-affiches (formaat 84,1x118,9cm) vrijgesteld van de aanplakkingstaks.
Voor de affiches groter dan 1m² blijft de aanplakkingtaks verschuldigd. In de praktijk heeft deze taks hoofdzakelijk betrekking op professionele reclamekantoren. Maar ook sommige jeugdhuizen gebruiken nog dit soort affiches. Uiteraard blijft ook voor hen dus een taks van 50 cent per vierkante meter affiche verschuldigd. De taks wordt dus bepaald naargelang de grootte van de affiche. Voor een affiche die 1,5 m² groot is, moet je dus € 0,5 x 1,5 = € 0,75 per exemplaar betalen. De betalingswijze van de zegeltaksen wordt gemoderniseerd. De betaling zal nu ook kunnen gebeuren via overschrijving of via elektronische betaalmiddelen, weliswaar afhankelijk van de praktische organisatie van de betrokken overheidsdiensten.
Normaalgezien moet je als organisator zegeltaks betalen voor het aanplakken van affiches. Er zijn echter een aantal uitzonderingen.
Organisaties met een liefdadig karakter, moeten geen zegel aanbrengen op affiches. Je moet dan wel vermelden: “Vrij van zegel, art. 198, 7e Wetboek der taksen”. Als je affiche ook publiciteit bevat van een commerciële sponsor is deze ook vrij van zegelrecht zolang het hoofdobject van je affiche het aankondigen van de activiteit is.
Het al dan niet liefdadige karakter van een organisatie wordt echter heel eng geïnterpreteerd. Enkel als je de winst besteedt aan een liefdadig doel en iedereen belangeloos meewerkt, is er een vrijstelling. In de praktijk worden echter enkel grote organisatoren aangepakt bij overtreding. De boetes kunnen in geval van zware overtredingen en fraude oplopen van 5 tot 20 maal de ontdoken belasting. Meestal echter wordt 50% of zelfs minder extra aangerekend.
Je kan ook vrijgesteld zijn van zegeltaks op basis van de oppervlakte van je affiches. Affiches met een oppervlakte kleiner dan 15 vierkante decimeter (net iets groter dan het A3-formaat) zijn vrijgesteld van zegeltaks. Voor affiches groter dan 15 vierkante decimeter en kleiner dan 1 vierkante meter bedraagt de zegeltaks 0,1€ per exemplaar. Voor affiches groter dan 1 vierkante meter betaal je per vierkante meter 0,5€ aan zegeltaks.
Als je zegeltaks moet betalen, kan je dit alles ook regelen via de drukker van de affiches of door een aangifte te doen bij het belastingskantoor in de regio (Ministerie van Financiën- Domeinen en Penale Boeten). Het belastingskantoor bezorgt je dan een nummer dat je op de affiche kan drukken.
Op folders vermeld je best “Verboden op de openbare weg te werpen”. Zo voorkom je dat de politie de verspreiding verbiedt onder het voorwendsel van milieuvervuiling.
Zorg dat je present bent op andere fuiven en evenementen. Dit is vaak de makkelijkste en goedkoopste manier om de doelgroep te bereiken. Als je folders uitdeelt, let er dan op dat ze niet op de openbare weg terecht komen. Volgens het politiereglement van sommige gemeenten heb je een vergunning nodig voor het uitdelen van pamfletten. Dit systeem is omstreden in de rechtspraak, het brengt de principes van de Grondwet en van internationale verdragen in gedrang. Politiemaatregelen mogen niet met andere doeleinden dan de ordehandhaving worden uitgevaardigd.
Er zijn nog een heleboel andere manieren om je fuif onder de aandacht te brengen: stickers, bierviltjes, pennen,… en eventueel een geluidswagen ( zie vergunningen).
Bij een grote fuif kan je overwegen om de (regionale) pers te verwittigen, en denk ook aan de vrije radio’s in de buurt. Zij kunnen het evenement aankondigen, je vergroot je kansen door vrijkaarten ter beschikking stellen.
Een milieuvriendelijk en kosteloos alternatief of extraatje is het Internet. Via enkele gerichte mailtjes kan je op enkele dagen tijd honderden jongeren bereiken en er bestaan ook verschillende fuifsites (bv fuifen.be, fuif-online, vivalafiesta, fuif.be, …) waar je je evenement gratis kan aankondigen.
Ook uitnodigingen via sms zijn een mogelijkheid.
Een milieuvriendelijke fuif start bij milieuvriendelijke promotie! Enkele tips.
Als je papieren promomateriaal gebruikt, probeer de hoeveelheid papier dan zoveel mogelijk te beperken:
Je kan overwegen voor milieuvriendelijk drukwerk te kiezen:
Denk aan je imago en voorbeeldfunctie en zet je consequente houding in de verf: je kan je drukwerk voorzien van passende teksten in onderschrift (‘gedrukt op milieuvriendelijk papier, met inkt op plantaardige basis’,…).
Klik hier om een lijst van alle soorten drukkerijen in Sint-Truiden te bekomen.
Heb je aan alles gedacht? Hieronder vind je twee documenten die een overzicht bieden van de belangrijkste dingen waar je op moet letten als je een fuif organiseert.
Een vraag die je je ook vooraf moet stellen is: kies je voor wegwerpbekers, of, milieuvriendelijker, voor glazen of herbruikbare bekers? Op een fuif waar wegwerpbekers worden gebruikt, zit je achteraf met een hele berg afval. Je kan dit vermijden door te kiezen voor glazen, maar dat is niet de meest veilige oplossing voor een fuif. Een goed alternatief vormt de herbruikbare beker. Duurzame kunststofglazen of herbruikbare bekers worden gemaakt van polycarbonaat (glashelder en hard) of polypropyleen (melkwit en soepeler) en zijn in vele vormen en maten verkrijgbaar. Polypropyleenbekers hebben de voorkeur, ze zijn niet alleen iets goedkoper, maar ze gaan ook langer mee en zijn milieuvriendelijker. Als je ze tussentijds juist reinigt en naspoelt, kan je de bekers verschillende keren gebruiken.
Herbruikbare bekers kan je meestal gratis of tegen betaling van een waarborg per beker uitlenen bij gemeente of provincie, die een eigen uitleendienst hebben of die een contract aan gingen met een privé-firma. Je informeert best eens bij de lokale jeugddienst. Er bestaan ook een aantal firma’s die herbruikbare bekers verkopen. De Stad Sint-Truiden heeft op dit moment geen herbruikbare bekers ter beschikking.
Je moet dus zoveel mogelijk proberen te vermijden dat herbruikbare bekers tijdens de fuif worden weggegooid. De milieuvriendelijke meerwaarde van herbruikbare bekers (meer specifiek van polypropyleenbekers) ten opzichte van wegwerpbekers wordt immers teniet gedaan als je geen goed inzamelsysteem uitdoktert. Je kan de inzameling van de bekers op verschillende manieren organiseren.
Je kan kiezen voor een intensieve inzameling: een groep medewerkers haalt voortdurend bekers op in de zaal. Als je dit koppelt aan een verscherpt toezicht bij de uitgang, voldoet dit systeem wel op kleinere evenementen.
Ofwel opteer je voor een statiegeldsysteem. Zorg er in elk geval voor dat het bedrag van het statiegeld overeenkomt met de waarde van de beker. Zo loop je zelf geen enkel financieel risico. Zorg voor een werkbaar, niet te omslachtig statiegeldsysteem. Vraag bijvoorbeeld bij elke drankbestelling een extra bon per beker. Deze bons of penningen moeten aangekocht worden op een aparte stand. Bij het terugbrengen van de beker naar de inzamelstand krijgt je een bekerbon terug en die kan je meteen weer gebruiken voor een nieuwe bestelling. Bij vertrek kunnen bons daar terug ingeruild worden voor baar geld. Op die manier betekent het gebruik van wegwerpbekers geen extra kost voor de bezoeker.
Wil je vermijden dat die toch op een of ander moment een onderpand moet betalen voor zijn beker, dan kun je ook bij de ingang of gehecht aan het inkomticket een bekerbon verspreiden. Die kan men dan inruilen bij de eerste drankbestelling. Na de eerste consumptie ruilt men de lege beker terug om tegen een bekerbon die opnieuw kan ingezet worden bij de volgende bestelling.
We zetten de voordelen van herbruikbare bekers nog even voor je op een rijtje:
Geen kosten voor de aankoop van wegwerpbekers, die al snel 0,04 euro per stuk kosten. Als je herbruikbare bekers niet gratis kan lenen bij gemeente of provincie, is er natuurlijk wel een (huur) waarborg of de (eenmalige) aankoopsom; Een veel kleiner afvalvolume; Het eventuele extra afwaswerk voor de mensen achter de toog wordt goedgemaakt door een schonere en veiligere zaal tijdens en na de fuif; Smakelijker om uit te drinken dan een wegwerpbeker
Wie zich om een of andere reden toch niet heeft laten bekeren tot de herbruikbare beker en met wegwerpbekers wil blijven werken, kan met de volgende zaken rekening houden:
Zorg er voor dat er slechts één soort beker (van dezelfde materie) in omloop komt en laat die apart inzamelen. Alleen zo verkrijg je toch een relatief zuivere fractie die effectief als aparte fractie kan worden gerecycleerd.
Kies als het kan voor kartonnen bekers met een composteerbare binnenlaag. Deze kunnen ingezameld worden als composteerbaar afval en kunnen, als je de nodige afspraken maakt met de plaatselijke afvalintercommunale, dan ook gecomposteerd worden. Vermijd als het kan “gewone” kartonnen drankbekers omdat die uit meer dan één materie bestaan (papier met plasticfolie) en dus bij het restafval thuishoren.
Je kan het publiek stimuleren om de wegwerpbekers terug te brengen door middel van een statiegeldsysteem.
Beperk het aandeel lucht in de vuilniszakken door een bekerorgel te plaatsen. Zo’n bekerorgel is niet meer dan een set van buizen, door de bekers in de buizen te droppen schuiven ze netjes in elkaar en kunnen er veel meer in één vuilzak.
Alle verzamelde vragen vanuit het stadsbestuur worden hierop verzameld. Het grote voordeel is dat je niet naar twintig stedelijke instanties moet lopen. Dit formulier wordt naar alle betrokken diensten automatisch doorgegeven.
Het aanvraagformulier bevat de volgende zaken:
In 2002 startte de Provincie Limburg met fuifbussen. Het initiatief bleek snel een groot succes. Voor veel fuifbezoekers is dit de oplossing om na feesten veilig thuis te geraken.
Een fuifbus kan gratis aangevraagd worden door Limburgse jeugdverenigingen als ze een fuif of evenement organiseren met minsten 600 à 700 bezoekers. Het fuifbusreglement bevat sinds dit jaar enkele nieuwigheden:
- je aanvraag kan rechtstreeks ingediend worden bij het provinciebestuur;
- het inleggen van de fuifbus en de dienstregeling moet nog meer gepromoot worden via affiches, flyers, inkomtickets en website;
- voor de route van de fuifbus ben je niet meer verplicht om opstapplaatsen van de Lijn te gebruiken. Ook het jeugdhuis, de parking van een CC, de sporthal,... zijn mogelijke haltes.
Alle info, het verneiuwde reglement en het aanvraagformulier vind je op www.limburg.be/fuifbussen.
Hier kan je vinden wat er allemaal moet gebeuren op de dag van de fuif.
(zie ook deel over organisatorische maatregelen onder geïntegreerd fuifplan)
(Zie ook bij organisatorische maatregelen onder geïntegreerd fuifplan)
Tijdens een fuif is de bar de belangrijkste bron van inkomsten. Ervaringen leren echter de winst vaak 20 à 25% lager ligt dan verwacht. Er bestaan verschillende mogelijke oorzaken:
Wij geven je enkele tips om de bar efficiënt te beheren:
Het einduur van de fuif betekent jammer genoeg niet dat je taak als organisator erop zit. Na de fuif heb je dus nog een aantal verantwoordelijkheden.
Hier wordt een overzicht gegeven van de reglementeringen rond fuiven. Dit onderdeel werd opgesplitst in strafbare feiten en vergunningen.
Als je een fuif geeft, zijn er heel wat wettelijke bepalingen waar je rekening mee moet houden. We zetten hier voor je op een rijtje in welke gevallen je als fuiforganisator strafbaar bent, zodat je goed geïnformeerd bent voor je fuif.
Een min 16-jarige is normaal (zonder begeleiding van een volwassene) niet toegelaten in een gelegenheid waar wordt gedanst. De wet van 15 juli 1960 op de zedelijke bescherming van de jeugd (BS 20-07-1960) bepaalt inderdaad in Art. 1 dat een jongere beneden de 16 jaar (sinds 9 juli 1973, daarvoor was dat 18 jaar) een danszaal niet mag betreden.
Dit verbod is echter niet absoluut. Art. 1,3° bepaalt dat iedere jongere, ongeacht zijn leeftijd, toegang heeft tot bals die zonder winstgevend doel zijn ingericht (bal van de burgemeester, schoolbal, bals en fuiven van verenigingen). Het mag dus wel, als de danspartij niet uit handelsgeest wordt opgezet. Het is altijd de rechtbank die beoordeelt of een fuif een handelskarakter heeft of niet.
Als er geen handelsgeest is, kunnen min 16-jarigen normaal ook niet worden geweigerd, je mag immers niemand discrimineren. Op de affiche zetten ‘verboden voor min 16-jarigen’ kan dan ook niet.
Als organisator ben je natuurlijk niet rechtstreeks verantwoordelijk voor het geroep en gezang van fuifbezoekers die zich buiten de fuifzaal bevinden. Toch moet je de nodige maatregelen nemen om te voorkomen dat de fuif de nachtrust van de buren verstoord. Anders is er sprake van een gebrek aan voorzorg. Omwonenden van zalen kunnen altijd een beroep doen op de politie op grond van art. 561 van het strafwetboek. Dit artikel dreigt met straffen tegen hen “die zich schuldig maken aan nachtgerucht of nachtrumoer waardoor de rust van de inwoners kan worden gestoord”. Dit artikel laat een zeer subjectieve beoordeling toe. Wat moet je verstaan onder nachtgerucht of nachtrumoer?Of zelfs onder nacht, de uren zijn immers niet precies bepaald. De politie hoeft ook niet op een klacht te wachten, ze kan ook op eigen initiatief optreden.
Sinds de invoering van de gemeentelijke administratieve sanctie (GAS) op 1 april 2005, kunnen ook gemeenten de verstoring van de nachtrust beboeten via hun politiereglement. Waar het Art. 561.1 (titel X van het Strafwetboek) oorspronkelijk is komen te vervallen, heeft men door de Wet van 20 juli 2005 (BS 29 juli 2005 – pag. 33810 – 33 812) het opgeheven artikel opnieuw ingevoerd in het Strafwetboek.
De gemeente is wel verplicht het origineel van de vaststelling uiterlijk binnen de maand na de vaststelling toe te sturen aan de procureur des Konings. Bij gebreke hieraan kan er geen enkele administratieve sanctie worden opgelegd.
De gemeente kan enkel een administratieve boete opleggen als het Parket niet vervolgt. Het Parket moet de ambtenaar belast met de oplegging van de administratieve sanctie binnen de termijn van twee maanden te rekenen vanaf de dag van de ontvangst van het originele proces-verbaal op de hoogte brengen als er niet strafrechterlijk vervolgd wordt. Beslist het Parket niet te vervolgen, of stuurt het de ambtenaar belast met de oplegging van de administratieve sanctie geen reactie binnen twee maanden na de ontvangst van het originele proces-verbaal, dan kan de gemeente een administratieve boete opleggen.
Je kan aan de uitgang een affiche hangen die bezoekers erop attent maakt dat zij die zich schuldig maken aan de verstoring van de nachtrust kunnen geverbaliseerd worden.
Echte dwangmaatregelen neemt men zelden, meestal wordt alleen een proces-verbaal opgemaakt. Komt de zaak toch voor de politierechtbank dan kan deze slechts politiestraffen uitspreken. De geldboete bedragen € 0,25 tot € 0,50 (X 200). In geval van ‘verstoring van de openbare orde’ (een zeer breed begrip) kan de fuif wel worden stilgelegd. Dit gebeurt meestal na enkele waarschuwingen. Dit zal zelden gebeuren omdat een fuif stil leggen voor nog meer ordeverstoring kan zorgen.
Over lawaai buiten de fuifzaal mag je als organisator dan al weinig controle hebben, je kan er als organisator wel op letten dat je in de fuifzaal de geluidsnormen respecteert. De geluidsnormen voor de gespeelde muziek hangen af van de locatie waar je je fuif organiseert. Er wordt hierbij een onderscheid gemaakt tussen ingedeelde en niet-ingedeelde inrichtingen.
Een niet-ingedeelde inrichting is een inrichting die niet onder de VLAREM-wetgeving valt en die dus niet over een milieuvergunning moet beschikken. Vallen hieronder: openluchtfuiven, de meeste fuiven in tenten, fuiven in zalen waar er slechts occasioneel wordt gedanst (bals,bruiloften, fuiven). Concreet: maximum 12 dansfeesten per jaar met een maximum van twee per maand.
De geluidsnormen voor niet-ingedeelde inrichtingen worden geregeld door de kaderwet van 18 juli 1973 betreffende geluidshinder en vooral de uitvoeringsbesluiten, het KB van 24 februari 1977 “houdende vaststelling van geluidsnormen voor muziek in openbare en private inrichtingen”.
De geluidsnormen zijn objectieve normen (aantal decibels), en ze hebben enkel betrekking op de muziek, die bovendien elektronisch versterkt’ moet zijn. Het moet dus niet om nachtlawaai gaan. De straffen voor wie deze geluidsnormen niet respecteert, zijn zeer zwaar. Veel zwaarder dan de straffen voor het verstoren van de nachtrust. Je komt niet voor een politierechtbank maar voor de correctionele rechtbank. De rechtbank kan straffen opleggen van 8 dagen tot 6 maand en/of boetes van € 0,64 tot € 123,95 (X200). Als je bovendien binnen de 2 jaar na veroordeling een nieuwe gelijkaardige inbreuk pleegt, kunnen de straffen worden verdubbeld.
In de inrichting (art.2): “in openbare instellingen mag het maximum geluidsniveau voortgebracht door de muziek, 90 decibel niet overschrijden. Dit geluidsniveau wordt gemeten op gelijk welke plaats in de inrichting waar zich in normale omstandigheden personen kunnen bevinden”;
Ten gunste van de buurt (art.3): “De openbare en private inrichtingen waar muziek wordt geproduceerd, moeten zo ingericht zijn dat het geluidsniveau gemeten in de buurt:
1° niet hoger is dan 5 decibel boven het achtergrondgeluidsniveau, indien dit lager is dan 30 dB(A);
2° niet hoger is dan 35 dB(A) indien het achtergrondgeluidsniveau ligt tussen de 30 en 35 dB(A);
3° niet hoger is dan het achtergrondgeluidsniveau indien dit hoger is dan 35 dB(A).
Dit geluidsniveau wordt gemeten in het lokaal of gebouw, met gesloten deuren en vensters”.
Alleen bevoegde personen kunnen vaststellingen doen. Dat zijn o.a. de officieren van de politie en bepaalde milieuambtenaren die hiervoor een specifieke bevoegdheid gekregen hebben. Het onderzoek moet gebeuren met erkende toestellen (sonometers).
Als achteraf zou blijken dat onbevoegde ambtenaren zijn opgetreden,dan is het misdrijf niet op geldige wijze vastgesteld. Vraag en noteer dus desnoods identiteit en legitimatiebewijs van de vaststeller. Normaal zullen de officieren van de politie niet overgaan tot inbeslagname of verzegeling van de voorwerpen “die tot het misdrijf hebben gediend”. In de praktijk zal men na een tweetal aanmaningen, in sommige gevallen, toch overgaan tot inbeslagname.
Sinds 1 mei 1999 kan er voor niet-ingedeelde muziekactiviteiten een afwijking worden toegestaan van de gangbare geluidsnormen wanneer er (elektronisch) versterkte muziek wordt geproduceerd ter gelegenheid van kermissen, carnavals, muziekfestivals, fuiven en andere bijzondere feesten of festiviteiten. De uitzondering op de bepalingen van het KB van 24 februari 1977 kan op voorwaarde dat:
1° de muziekactiviteit vooraf is gemeld aan het College van Burgemeester en Schepenen van de gemeente waarin de muziekactiviteit doorgaat;
2° het college, bedoeld in 1° akte heeft genomen van de melding.
Het college kan, vooral wanneer de muziekactiviteit is gelokaliseerd in de nabijheid van stiltebehoevende instellingen of zones, zoals bejaardentehuizen, ziekenhuizen, scholen en natuurreservaten, beperkende maatregelen opleggen, zowel wat het maximum toegelaten geluidsniveau, als wat de duur van de muziekactiviteit betreft, of het college kan de muziekactiviteit op de aangevraagde plaats verbieden.
Voor inrichtingen die voldoen aan de VLAREM-normen en die beschikken over een milieuvergunning, de zogenaamde ingedeelde inrichtingen, gelden andere geluidsnormen. Het is hier de milieuvergunning die bepaalt hoeveel lawaai er mag worden geproduceerd. De zaaluitbater zal dat via de huurovereenkomst meedelen. Hij kan de huurder burgerlijk aansprakelijk stellen als die zich niet houdt aan de opgelegde voorwaarden.
De normen zijn zeer sterk afhankelijk van de isolatiegraad van het gebouw waarin de fuif plaatsvindt. Ook het gebied waarin de zaal zich bevindt is belangrijk. Zo mag je in een gebied voor gemeenschapsvoorzieningen meer lawaai maken dan in een woongebied. Tenslotte speelt ook het tijdstip een rol. Overdag mag je meer lawaai produceren dan ’s avonds of ’s nachts (na 22u00).
De meting van de decibelnormen van het KB van 24 februari 1977 en die van VLAREM gebeurt anders. Dit heeft te maken met de ijking van de toestellen. Of de Vlarem-normen gerespecteerd worden kan gecontroleerd worden door erkende bureaus. Ook ambtenaren (met inbegrip van politie)die hiervoor zijn aangeduid door de burgemeester en die hiervoor een speciale opleiding hebben gevolgd kunnen metingen uitvoeren.
In principe blijft de uitbater verantwoordelijk voor het naleven van de milieuvergunningsvoorwaarden. De uitbater zal dus meestal de nodige maatregelen nemen (o.m. geluidsbegrenzer, vaste muziekinstallatie). Als de uitbater toch schade lijdt omdat de organisator zich niet houdt aan de geluidsnormen, dan kan de zaaluitbater dit proberen te verhalen op de organisator.
Politiereglement betreft muziekhinder te Sint-Truiden
DEEL 1. OPENBARE RUST
1.1 Algemene bepalingen
1. 1. 1. Geluidsoverlast Artikel 1.
Het is verboden, om het even welk geluid, gerucht of rumoer te produceren gedurende de dag en de nacht, veroorzaakt zonder reden of zonder noodzaak en dat is toe te schrijven aan een gebrek aan vooruitzicht en voorzorg en dat van die aard is dat het de rust van de inwoners in het gedrang kan brengen. Het bewijs van geluidsoverlast kan met alle mogelijke middelen geleverd worden.
1. 2. Specifieke bepalingen
1. 2. 3. Muziek in openbare ruimten
Artikel 5.
Zonder machtiging van de burgemeester zijn de volgende zaken verboden in de openbare ruimte: vocale, instrumentale of muzikale audities, het gebruik van luidsprekers, versterkers of andere apparaten die geluidsgolven produceren of reproduceren. 1. 2. 4. Muziek op privé-eigendommen en in voertuigen
Artikel 6.
Het is verboden op de openbare weg en op de openbare plaatsen (groene zone, parken en andere) in openlucht radio’s, televisietoestellen, jukeboxen, grammofonen, registreerapparaten, luidsprekers en in het algemeen alle soorten ontvang- en zendtoestellen te laten functioneren, tenzij de voortgebrachte geluidssterkte het niveau van 45 dB(A) niet overtreft.
Artikel 7.
Het gebruik van de toestellen bedoeld in Artikel 6 binnenshuis, op particuliere eigendom, mag niet hoorbaar zijn op de openbare wegen en plaatsen, rekening houdend met de geldende wetgeving voor wat betreft geluid van elektronisch versterkte muziek.
Artikel 8.In afwijking van Artikel 6 is het verboden elektronisch versterkte muziek in voertuigen te produceren, die hoorbaar is buiten het voertuig. De overtredingen tegen deze bepaling, die aan boord van voertuigen worden begaan, worden verondersteld door de bestuurder te zijn begaan.
Voor het volledige politiereglement surf naar www.politie-sint-truiden.be en ga naar de rubriek 'Online bibliotheek'.
De wet op racisme en xenofobie bestraft:
Hou dit in het achterhoofd als je een fuif organiseert, discriminatie op een fuif is niet alleen moreel verwerpelijk, het is bovendien strafbaar!
Sinds 1 november 1999 (BS 1999-07-29) is de gewijzigde wet op bewakings- en beveiligingsdiensten en de interne bewakingsdiensten (wet van 10 april 1990) in werking getreden.
Het gevolg is dat het inzetten van een ‘buitenwipper’, ‘portier’, …, onder de bepalingen van deze wet valt. De wet is van toepassing op alle mensen die de uitdrukkelijke opdracht hebben met personencontrole bezig te zijn, zij doen controle op het gedrag van personen met het oog op veiligheid in publieke plaatsen.
Deze wet sluit het inzetten van plaatselijke verenigingen zoals hondenclubs, karateclubs, … voor personencontrole uit.
Ten eerste is het belangrijk dat je als organisator weet dat de inzet van een bewakingsdienst nooit kan worden verplicht via een politiereglement of door een besluit van de burgemeester.(Zie ook het deel over politiereglementen)
Als je toch beslist om een bewakingsteam in te zetten dan heb je als fuiforganisator volgende mogelijkheden:
Een portier heeft geen enkele bijzondere bevoegdheid. In bepaalde gevallen en onder strikte voorwaarden kunnen zij personen onderwerpen aan een oppervlakkige controle van kledij en handbagage. Maar de Burgemeester moet hiervoor uitdrukkelijk de toestemming verlenen. Systematische controles (van alle bezoekers) zijn verboden.
Alle verantwoordelijken, medewerkers of leden van de vereniging, dit kunnen bij een jeugdorganisatie dus ook ouders zijn die meehelpen. Deze vrijwilligers kunnen alleen activiteiten van persoonscontrole uitoefenen als:
Neen, alleen als je sporadisch eens een fuif organiseert. Het is de taak van de lokale overheid te oordelen wat sporadisch is.
Een fuif organiseren brengt heel wat verantwoordelijkheden met zich mee. De organisator mag de controle van de toegangstickets of de verplichte lidkaart voor zijn rekening nemen. Maar je moet er ook voor zorgen dat de ‘safety’ op de fuif gegarandeerd wordt. Dit wil zeggen dat je als organisator een zo veilig mogelijke fuiflocatie creëert en dat je hiertoe alle mogelijke voorzorgsmaatregelen neemt. Volg de voorwaarden opgelegd in het verslag van de brandweer goed op, en zorg er ook voor dat de nooduitgangen voortdurend vrij zijn. (Zie ook het deel over safety)
Mocht er toch iets fout lopen, dan is het belangrijk dat je als organisator niet passief toekijkt. Je kan immers burgerlijk aansprakelijk worden gesteld voor een gebrekkige organisatie.
Toegang tot openbare gelegenheden is een individueel recht. De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens geeft aan dat je (uiteraard) niemand kan weigeren op basis van geslacht, huidskleur, ras, seksuele geaardheid, afkomst, enz.
Als iemand die je de toegang tot de fuif weigert, toch binnengaat, mag je geen geweld gebruiken om dit te verhinderen. Alleen als de persoon die men weigert zelf geweld gebruikt om zich toegang te verschaffen, kan men beroep doen op de politie. Een administratieve aanhouding kan immers maar gebeuren wanneer de rust daadwerkelijk wordt verstoord (art. 31 van de Wet van 5 augustus 1992 op het Politieambt).
Wat kan een gemeentelijk politiereglement regelen?
Een gemeente kan enkel reglementen en verordeningen goedkeuren die niet in strijd zijn met de wetten, decreten, de ordonnanties, de reglementen en de besluiten van de Staat, de Gewesten, de Gemeenschappen, de Gemeenschapscommissie, de provincieraad en de Bestendige Deputatie van de provincieraad (art. 119 van de Gemeentewet).
Openluchtmanifestaties
De meeste gemeenten hebben hiervoor een reglementering zo ook Sint-Truiden:
1. 2. Specifieke bepalingen
1. 2. 3. Muziek in openbare ruimten
Artikel 5.
Zonder machtiging van de burgemeester zijn de volgende zaken verboden in de openbare ruimte: vocale, instrumentale of muzikale
audities, het gebruik van luidsprekers, versterkers of andere apparaten die geluidsgolven produceren of reproduceren. 1. 2. 4. Muziek op privé-eigendommen en in voertuigen
Artikel 6.
Het is verboden op de openbare weg en op de openbare plaatsen (groene zone, parken en andere) in openlucht radio’s, televisietoestellen, jukeboxen, grammofonen, registreerapparaten, luidsprekers en in het algemeen alle soorten ontvang- en zendtoestellen te laten functioneren, tenzij de voortgebrachte geluidssterkte het niveau van 45 dB(A) niet overtreft.
Artikel 7.
Het gebruik van de toestellen bedoeld in Artikel 6 binnenshuis, op particuliere eigendom, mag niet hoorbaar zijn op de openbare wegen en plaatsen, rekening houdend met de geldende wetgeving voor wat betreft geluid van elektronisch versterkte muziek.
Artikel 8.
In afwijking van Artikel 6 is het verboden elektronisch versterkte muziek in voertuigen te produceren, die hoorbaar is buiten het voertuig. De overtredingen tegen deze bepaling, die aan boord van voertuigen worden begaan, worden verondersteld door de bestuurder te zijn begaan.
1. 2. 6. Voertuigen met luidsprekers
Artikel 10.
Het gebruik van voertuigen met luidsprekers bestemd om reclame te maken is onderworpen aan de voorafgaande geschreven toelating van de burgemeester. Deze toelating moet steeds in het voertuig aanwezig zijn. Die toelating kan slechts toegestaan worden van 08.00 uur tot 18.00 uur in de periode van 1 oktober tot 31 maart en 08.00 uur tot 20.00 uur in de periode van 1 april tot 30 september. Daarenboven mag het voortgebrachte geluid het niveau van 50 dB(A) niet overschrijden in de woningen. Het geproduceerde geluidsniveau mag daarenboven niet hoger liggen dan 90 dB(A).
1. 2. 7. Hulpmiddelen
Artikel 11.
Naast artikel 43 van het KB van 15 maart 1968, houdende vaststelling van het technisch reglement op de auto’s, en artikel 33 van het KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg, is het aanwenden van fluiten, sirenen, bellen, klokken, muziek, geluidsverwekkende hulpmiddelen, door handelsinrichtingen, bewegende verkoopsinrichtingen, venters of leurders, opkopers van oude of nieuwe voorwerpen en dienstverleners, met het doel de aandacht te trekken op de verkoop van een product of het verlenen van een dienst, enkel toegelaten, met machtiging van de burgemeester: - voor de periode van 1 oktober tot 31 maart dagelijks tussen 09.00 uur en 19.00 uur. - voor de periode van 1 april tot 30 september dagelijks van 09.00 uur tot 22.00 uur. De bovengenoemde geluidssignalen mogen niet meer dan 50 dB(A) bedragen in de woningen. Verder mag het geluidssignaal niet langer dan 10 seconden duren en moet er minstens een rustpauze van 1 minuut gerespecteerd worden tussen 2 opeenvolgende geluidssignalen. Het geproduceerde geluidsniveau mag daarenboven niet hoger liggen dan 90 dB(A).
1. 2. 9. Toestellen voor recreatief gebruik
Artikel 13.
Buiten de erkende terreinen waarop afzonderlijke reglementen van toepassing zijn, is het verboden met ontploffingsmotoren aangedreven speeltuigen en experimenteertuigen te gebruiken om er oefeningen, vertoningen, persoonlijke of groepsvermakelijkheden, wedstrijden of manifestaties mee te houden of in te richten in openlucht, op minder dan 100 meter van woonwijken of woonkernen of enig bewoond huis. Afwijkingen op voorgaande alinea kunnen door de burgemeester worden toegestaan ter gelegenheid van feestelijkheden of vieringen.
1. 2. 10. Wapens
Artikel 14.
Zonder afbreuk te doen aan de wettelijke en reglementaire bepalingen betreffende de jacht en betreffende het besluit van de Vlaamse Regering houdende het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning van 6 februari 1991 en latere wijzigingen, is het verboden, zowel op de openbare weg als op private domeinen, binnenkoeren, gebouwen en op alle plaatsen palende aan de openbare weg, vuurwapens af te vuren. Deze verbodsbepaling is niet van toepassing op de schietoefeningen die ingericht worden in officieel vergunde schietstanden.
1. 2. 11. Vuurwerk
Artikel 15.
Zonder afbreuk te doen aan de wettelijke en reglementaire bepalingen is het verboden, zowel op de openbare weg als op private domeinen, binnenkoeren, en op alle plaatsen palende aan de openbare weg, om het even welk vuurwerk af te steken of voetzoekers, thunderflashes, knal- en rookbussen te laten ontploffen.
Artikel 16.
De burgemeester is ertoe gemachtigd toelating te verlenen voor het afsteken van vuurwerk.
1. 2. 16. Inrichtingen die gewoonlijk voor het publiek toegankelijk zijn
Artikel 33.
De uitbater van een drankslijterij wordt gestraft indien hij een besluit van de burgemeester overtreedt waarbij met het oog op de vrijwaring van de openbare orde, de sluiting van zijn inrichting wordt bevolen.
Artikel 34.
De officier van bestuurlijke politie kan, na een eerste waarschuwing en tot de eerstvolgende ochtendopening, de, voor het publiek toegankelijke, gelegenheid sluiten, wanneer de uitbating ervan de openbare rust verstoort zoals bepaald in Artikel 1. De uitbater die aan dit bevel tot sluiting geen gevolg geeft, wordt bestraft.
Openbare vergaderingen in besloten plaatsen (zalen en tenten)
Een fuif in een fuifzaal wordt aanzien als een openbare vergaderingen in besloten plaats. Ook hier wordt het onderscheid gemaakt tussen ingedeelde en niet-ingedeelde inrichtingen.
Politiereglement Sint-Truiden:
DEEL 2. OPENBARE VEILIGHEID EN VLOTTE DOORGANG2. 1. 2. Andere openbare vergaderingen
Artikel 38.
De organisator brengt de burgemeester minstens 48 uur op voorhand op de hoogte van de openbare vergaderingen die niet in openlucht plaatsvinden.
2. 3. Spelen
Artikel 41.
De plaatsen die voor welbepaalde spelen of sporten voorbehouden zijn, mogen niet gebruikt worden voor andere spelen of sporten of voor andere doeleinden.
Artikel 42.
Het is verboden op gelijk welke manier ieder concert, spektakel, evenement, sportieve bijeenkomst of gelijk welke bijeenkomst die door de gemeentelijke overheid toegelaten is, te verstoren.
2. 3. 1. Vermommingen
Artikel 43.
Het is verboden zich gemaskerd, vermomd of verkleed te vertonen op de straten of op de openbare plaatsen, zonder toelating van de burgemeester. De toepassing van dit artikel wordt opgeschort:
1° op de openbare weg op de maandag en dinsdag voor Aswoensdag
2° in de zalen tijdens de weekends vanaf de zondag voor Aswoensdag tot en met de zondag voor halfvasten
3° in het kader van de halloweenfeesten
4° in de sinterklaasperiode (sinterklaas en zwarte piet)
5° in de kerstperiode (kerstman)
Elke persoon moet zich steeds op het eerste verzoek van de politie identificeren.
Artikel 44.
Het is verboden zich te verkleden in de actuele ambtskledij van burgerlijke en militaire overheden en politieambtenaren.2. 3. 2. Confetti en dergelijke
Artikel 45.
Het is verboden tijdens carnavalsoptochten en andere openbare manifestaties computerconfetti alsook spuitbussen met kleur- en scheerschuim en spuitbussen met kleurhaarlak, schoensmeer, en/of enig ander middel dat kwetsuren en/of schade kan veroorzaken aan personen en/of goederen, op de openbare weg of in de openbare inrichtingen te gebruiken of te bezitten. Met computerconfetti wordt enkel bedoeld de confetti vervaardigd uit afval van computerpapier. Enkel de biologisch afbreekbare confetti met een diameter van +/- 10 mm zal nog worden toegelaten.
Artikel 46.
Blijft verboden:
1° het werpen van confetti of slingerpapier in openbare plaatsen, waar dranken of eetwaren worden verbruikt
2° het werpen van opgeraapte confetti of slingerpapier.
DEEL 3. REINHEID VAN DE OPENBARE WEG
3. 1. Aanplakkingen
Artikel 82.
Een affiche of bericht mag slechts aangeplakt worden op de plaatsen aangewezen door het college van burgemeester en schepenen.
Indien er wildplakzuilen aanwezig zijn op het grondgebied, dan zijn deze enkel voorbehouden voor eigenhandige aanplakking door niet-commerciële verenigingen en instanties, ter aankondiging van hun geplande eigen activiteiten op het grondgebied van de gemeente. Deze aankondiging mag per activiteit en per zuil maximum 1 m2 innemen.
3. 4. Drukwerken
Artikel 88.
Zonder machtiging van de burgemeester is het verboden flyers of strooibriefjes uit te delen of te verspreiden. Naast het betalen van de administratieve boete moeten degene die deze bepaling overtreedt de flyers en strooibriefjes opruimen, zoniet houdt de gemeente zich het recht voor dit te doen op kosten van de overtreder.
Artikel 89.
Het bedelen van ongewenste reclame is strafbaar. Reclame is ongewenst indien een sticker in die zin is aangebracht op de brievenbus.
Artikel 90.
Is verboden het aanbrengen en/of plaatsen van opschriften, affiches, fotografische en beeldvoorstellingen, vlugschriften en plakbriefjes op de openbare weg en op de bomen, aanplantingen, plakborden, voor- en zijgevels, muren, omheiningen, pijlers, palen, zuilen, bouwwerken, monumenten en andere langs de openbare weg of in de onmiddellijke nabijheid ervan liggende opstanden, op andere plaatsen dan die die door de gemeenteoverheden voor aanplakking zijn bestemd, tenzij hiervoor schriftelijke toestemming van het college van burgemeester en schepenen werd gegeven voor wat betreft het openbaar domein, of vooraf en schriftelijk werden vergund door de eigenaar of door de gebruiker, voor zover de eigenaar ook zijn akkoord schriftelijk en vooraf heeft gegeven. Naast de toepassing van een administratieve boete moet de overtreder de zaken onmiddellijk op orde brengen, zoniet houdt de gemeente zich het recht voor het te doen op kosten van de organisator.
DEEL 5. SANCTIES
Artikel 101.
Inbreuken op de artikelen in deel 1, 2 en 3 worden gesanctioneerd met een administratieve geldboete, opgelegd door de hiertoe aangestelde ambtenaar conform de procedure vervat in artikel 119 bis, § 9 tot en met 12 van de Nieuwe Gemeentewet. De omvang van de administratieve geldboete is proportioneel in functie van de ernst van de inbreuk die de boete verantwoordt en van eventuele herhaling. De boete mag, ongeacht de omstandigheden, alleszins het bedrag van het wettelijk bepaalde maximum van € 250 niet overschrijden.
Artikel 102.
Inbreuken op artikelen waarvoor een machtiging of vergunning verleend werd door de gemeentelijke overheid kunnen gesanctioneerd worden met de schorsing of intrekking van de vergunning.
Voor het volledige politiereglement kan je surfen naar www.politie-sint-truiden.be en gaan naar de rubriek 'Online bibliotheek'.
Welke maatregelen kan een gemeente niet nemen?
Een gemeente mag geen discriminerende maatregelen opleggen die alleen voor bepaalde groepen (bvb. Jongeren) gelden, zoals enkel sluitingsuren voor jongerenfuiven, het gebruik van plastic bekers enkel verplicht maken voor jongerenfuiven, enz.
Een gemeente kan je niet verplichten:
Een gemeente heeft niet de bevoegdheid om:
Politiereglementen kunnen niet alles regelen. Zo zijn private vergaderingen bijvoorbeeld niet onderworpen aan een ‘politiereglement over openbare vergaderingen en openbare bijeenkomsten’. Private vergaderingen zijn samenkomsten waar je alleen deel kan van uitmaken als je van de organisator een persoonlijke uitnodiging hebt gekregen. Op openbare vergaderingen wordt in principe iedereen zonder onderscheid toegelaten door de inrichter. Openbare fuiven zijn voor iedereen vrij toegankelijk, hetzij gratis, hetzij tegen betaling van een inkomgeld, hetzij of op vertoon van een toegangskaart of een uitnodiging die iedereen kan aanvragen, ook als je de organisator niet persoonlijk kent. (zie ook het deel privaat of openbaar?)
Let op! Artikel 561 van het strafwetboek (verstoring van de nachtrust) geldt wel voor privé-fuiven, net als artikel 3 van het KB van 24 februari 1977 over geluidsnormen als de fuif plaatsvindt in een niet ingedeelde-inrichting. (zie deel geluidshinder)
Een gemeentebestuur dat ervoor kiest om onwettige reglementen toe te passen, dat misbruik maakt van recht of reglementen uitvaardigt die in strijd zijn met het algemeen belang, stelt zich erg kwetsbaar op. Bovendien kan men zich de vraag stellen in hoeverre men dan bij de organisator veel respect zal afdwingen voor de wet als men er zelf een loopje mee neemt. Als organisator beschik je bovendien over verschillende mogelijkheden om onwettige reglementen aan te vechten.
Bij DE CULTUURPACTCOMISSIE kan je aankloppen als je meent dat het gelijkheidsbeginsel geschonden is, bijvoorbeeld als er sprake is van discriminatie van jongeren. Dit moet gebeuren binnen een termijn van 60 dagen. Jeugdorganisaties of jeugdraden gaan er vaak verkeerdelijk vanuit dat ze niks meer kunnen ondernemen als die termijn van 60 dagen na de onwettige toepassing van het reglement is verstreken. Maar dat is niet het geval. Je kan een beslissing uitlokken. Een benadeelde jeugdorganisatie (via aangetekend schrijven) of een jeugdraad (via advies) kan vragen of men een bestaand reglement aanpast. Als redenen kan je een aantal onwettigheden aanhalen. (bvb. Discriminatie van jongeren).
Als het schepencollege met ‘nee’ antwoordt, dan is dit een beslissing en kan men binnen de 60 dagen klacht neerleggen bij de cultuurpactcommissie. Zelfs als de gemeente weigert te antwoorden, kan er een klacht ingediend worden. Er is dan sprake van een stilzittend bestuur.
Diensten van de Eerste Minister - Vaste Nationale Cultuurpactcommissie
Hertogstraat 4 , 1000 Brussel
Tel.: 02 551 08 64 - Fax: 02 551 08 69
Een andere mogelijkheid is je wenden tot DE GOUVERNEUR. Deze kan de beslissing schorsen, waardoor deze niet kan worden uitgevoerd.
Je kan ook aankloppen bij de MINISTER VAN BINNENLANDSE AANGELEGENHEDEN. Deze kan het besluit vernietigen. Het besluit is dan niet geldig. Je mag niet te lang wachten met het aantekenen van administratief beroep zoals dat dan heet, anders heeft de hogere overheid geen tijd meer om op de klacht te reageren. De termijn om te schorsen of vernietigen bedraagt 30 dagen. Bij een administratief beroep zal de hogere overheid de nodige stukken en de verantwoording bij de gemeente opvragen. De schorsingstijd wordt dan zolang opgeschort tot alle stukken binnen zijn.
Minister van Binnenlandse aangelegenheden
Martelaarsplein 7, 1000 Brussel
Tel.: 02 553 23 11 - Fax: 02 553 23 05
Als je alle andere wettelijke administratieve rechtsmiddelen hebt geprobeerd, kan je je wenden tot DE RAAD VAN STATE binnen een termijn van 60 dagen nadat de beslissing uitvoerbaar is. Dit kan enkel als eerst alle andere wettelijke administratieve rechtsmiddelen werden uitgeput. De Raad van State doet de uitspraak ten gronde! Als het annulatieberoep ‘kennelijk gegrond’ is, kan gebruik worden gemaakt van de bijzondere en versnelde procedure (art. 94 van het procedurereglement). In het andere geval wordt het de gewone – en dus trage – procedure (die al vlug 6 jaar kan bedragen).
DE RECHTBANK
Als je omwille van een conflict met het gemeentebestuur voor een (politie)rechtbank moet verschijnen, kan deze rechtbank het reglement niet-bindend verklaren, m.a.w. de sanctiebevoegdheid van het reglement valt weg. Een benadeelde kan ook altijd zelf naar een burgerlijke rechtbank stappen en vragen het besluit te vernietigen.
Druggebruik toelaten op een fuif kan niet, ook al is dit moeilijk te controleren. Er wordt hierbij geen onderscheid gemaakt tussen soft- of harddrugs. Je kan bezoekers er via affiches wel attent op maken dat gebruik van drugs niet wordt getolereerd. Tolereren wordt in de rechtspraak trouwens beschouwd als ‘aanzetten tot’. Het oogluikend toelaten van druggebruik is dus een verzwarende omstandigheid!
Je hebt als fuiforganisator ook heel wat vergunningen nodig. Wij maken je hier wegwijs.
Op 15 december werd de wet houdende administratieve vereenvoudiging II goedgekeurd. Voor fuiforganisatoren en gemeenten zijn met name de wijzigingen inzake de slijterijen van gegiste dranken (ook wel de tapvergunning genoemd) en wijzigingen betreffende de vergunning voor het verstrekken van sterke drank van belang.
Wat betekent dit in mensentaal?
Vergunning voor het verstrekken van sterke drank
Wat verandert er?
De wet van 28 december 1983 betreffende de vergunning voor het verstrekken van sterke drank werd gewijzigd.
Wil je sterke drank schenken, dan hoef je niet langer aan te kloppen bij Douane & Accijnzen. De vergunning voor het schenken van sterke drank wordt voortaan afgegeven door de gemeentelijke overheid. Onder welke vorm, bepaalt de gemeente zelf.
De gemeente gaat na of je als houder van een drankgelegenheid (vaste, reizende of occasionele) bevindt in één van de gevallen van uitsluiting bepaald bij artikel 11, § 1,2° tot 7° en 9°. Het verkopen, aanbieden of verstrekken van sterke drank kan slechts geschieden na het afleveren van de vergunning door de gemeentelijke overheid, op basis van de controles van de voorwaarden.
Artikel 9 van de wet van 28 december 1983 blijft behouden. Dit artikel stelt onder meer dat het verkopen van sterkedrank voor gebruik ter plaatse in occasionele drankgelegenheden op plaatsen waar openbare manifestaties plaatsvinden zoals sportieve, politieke en culturele manifestaties verboden, tenzij je speciale machtiging hebt van het college van burgemeester en schepenen. (wet 28 december 1983, B.S. 30 december 1983)
Sabam is de afkorting van Société d’Auteurs Belge – Belgische Auteurs Maatschappij. Het is een burgerlijke coöperatieve vennootschap met auteurs, componisten en uitgevers als leden. Sabam heeft van haar leden machtiging om toelating te verlenen voor de publieke uitvoering van beschermde werken. Voor die uitvoering vraagt de maatschappij in naam van haar leden auteursrechten. Het is de organisator van de uitvoering die deze rechten verschuldigd is.
Wie een fuif wil organiseren, moet hiervoor minstens 10 dagen op voorhand een ‘aanvraag tot toelating’ indienen bij het SABAM-kantoor in zijn/haar regio.
Meestal is dit een forfait volgens tarief nr. 105 (bals, gala’s, TD’s, party’s, fuiven, feesten, karaoke)
Hoeveel je precies betaalt, wordt bepaald in functie van de grootte van de zaal en de gevraagde inkomprijzen. De in rekening genomen inkomprijs is steeds de gemiddelde inkomprijs die wordt gevraagd. Als er slechts een gedeelte van de zaal wordt gebruikt (door panelen afgescheiden) dan meld je dit best, want het kan invloed hebben op het forfait dat je moet betalen.
Het basistarief is steeds 10% van de bruto-ontvangsten. Je bruto-ontvangsten omvatten niet alleen elke som die je vraagt (inkomkaart, tombolabiljet, steunkaart, lidkaart, …) , ook vormen van directe of indirecte sponsoring worden hierin meegerekend.
Het minimum verschuldigd bedrag kan echter nooit lager zijn dan 10% van het bedrag van de uitkoopsom. Alle bedragen die je als organisator verschuldigd bent voor het op- of uitvoeren van het programma vormen samen de uitkoopsom: zo heb je o.a. de uitkoopsom voor groepen die komen optreden, de gage van deejays, …).
Je kan deze formulieren verkrijgen op de jeugddienst van Sint-Truiden. Je kan de aanvraag ook downloaden op deze website, rubriek 'Formulieren'.
Dien je vooraf geen aanvraag in, dan worden de tarieven met 30 % verhoogd. Als je je twijfels hebt over het aangerekende bedrag, kan je je altijd wenden tot de dienst inspectie op de maatschappelijke zetel van SABAM, Aarlenstraat 75-77, 1040 Brussel, tel. 02 286 82 11, toestel 244
TIP: op de website van Sabam en van de VFJ kan je gratis berekenen hoeveel je SABAM ongeveer verschuldigd bent. (zie ook formulieren / sabam)
Terwijl SABAM de rechten van auteurs beschermt, is de billijke vergoeding in het leven geroepen om tegemoet te komen aan de prestaties van uitvoerders en producenten. Door de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten (BS 24 juli 1994) hebben de uitvoerende kunstenaars en producenten recht op een billijke vergoeding voor hun prestaties die worden uitgezonden.
Op een fuif wordt meestal (opgenomen) muziek gedraaid, er wordt gebruik gemaakt van zogenaamde ‘fonogrammen’, en dan is de hoogste tariefschaal ‘dansactiviteiten’ van toepassing.
Zaaluitbaters hebben, wat de billijke vergoeding betreft, de mogelijkheid om een jaarlijks forfait te betalen Hij of zij heeft hierbij de keuze uit een forfait “drank” (alle activiteiten maar zonder dans) of een forfait “dans” (dans inbegrepen). Als dit het geval is, dan hoef je als organisator geen billijke vergoeding meer te betalen. De zaaluitbater zal wellicht een deel van de kosten doorrekenen in de huurprijs van de zaal. Het is in dat geval de zaaluitbater die het bewijs zal moeten leveren dat de billijke vergoeding werd betaald.
Heeft de uitbater echter geen jaarlijks forfait betaald, hij/zij is dit immers niet verplicht, of gaat de fuif door in een tent of in openlucht, dan moet er wel nog de billijke vergoeding worden betaald. Hoeveel je moet betalen, hangt onder meer af van de oppervlakte van de zaal of het terrein.
Tarief zaal
Hier speelt niet enkel de oppervlakte maar ook de toegangsprijs een rol. De inkomgrenzen zijn hier € 4,23 en € 8,44 (deze bedragen worden jaarlijks geïndexeerd). Vraag je een inkomprijs gelijk aan of onder deze grens, dan kom je in een lagere betaalschaal terecht dan wanneer je inkomprijs hoger is dan deze grenzen. Als je verschillende inkomprijzen hanteert, wordt het forfait bepaald op basis van de hoogste inkomprijs. Je kan de tarieven bekijken op de billijke vergoeding website, kijk bij de formulieren.
Tarief openlucht of tent
Om dit tarief te berekenen, moet je 3 tarieven combineren: ‘dans’, ‘drank’ en ‘zonder drank’.
1. De oppervlakte “dans” is de oppervlakte van de ruimte die door de organisatoren wordt voorzien om te dansen: de grootte van deze oppervlakte wordt afgeleid uit feitelijke gegevens zoals: afbakening van de ruimte, plaatsing van de luidsprekers, plaatsing van de lichtinstallaties, verlichting van de ruimte, plaatsing dansvloer, …
2. De oppervlakte “met drank” is die oppervlakte van de ruimte die voorzien is voor het verstrekken van dranken en voeding: - Als hiervoor een aparte afgescheiden ruimte voorzien is, wordt die oppervlakte genomen. - Als de dranken/maaltijden niet in een aparte ruimte worden geserveerd, dan wordt de volgende regel toegepast: de lengte van de drank- en eettogen in meter x 15m. (diepte) is het totaal aantal m².
3. Het tarief “zonder drank” geldt dan voor die oppervlakte die rest na de aftrek van de vorige oppervlakten.
De aangifte moet minstens 5 werkdagen vóór de aanvang van de activiteit in het bezit zijn van de beheersvennootschappen. Je moet betalen vóór de aanvang van de activiteit. De aangifteformulieren kan je downloaden bij formulieren.
Als je op je fuif etenswaren wil verkopen, heb je een vergunning nodig. Voor het (eenmalig) jaarfeest van verenigingen wordt hierop een uitzondering gemaakt. Meestal is het zo, dat zalen met een keuken zelf over die vergunning beschikken.
Ook als je beroep doet op een hotdogkraam-, frituuruitbater of cateringbedrijf hoef je normaal niet zelf voor een vergunning ‘tot het fabriceren en/of in de handel brengen van voedingsmiddelen’ te zorgen, de uitbater neemt dit voor zijn rekening. Een vergunning kost in de meeste gevallen € 49,58 en is drie jaar geldig. Je kan ze in twee exemplaren aanvragen bij de Eetwareninspectie van je provincie.
Gebruik van een geluidswagen is enkel toegestaan als je vooraf schriftelijke toestemming krijgt van de Burgemeester. In het gemeentelijke politiereglement staan ook de voorwaarden opgesomd waaraan je je moet houden. Zo zal de vergunning bepalen:
- welke dagen en uren je niet mag rondrijden
- waar je geen gebruik mag maken van de luidsprekers.
Vergeet ook niet een aanvraag tot toelating in te dienen bij SABAM. Tarief 109 is hier van toepassing, je kan het opvragen via de website van SABAM. Het huidige tarief ‘publiciteitswagens voor verzorging van eigen publiciteit bedraagt €19,75 per dag en €98,76 per maand. Als je vooraf geen aanvraag indient, betaal je 30% bovenop deze tarieven.
Door een besluitwet van 1945 is het aanplakken van affiches strafbaar (geldboeten van € 0,64 tot € 24,79 x 200 en gevangenisstraffen van acht dagen tot één jaar). Enkel op de door de overheid aangegeven plaatsen mag je affiches hangen. Verschillende gemeenten voorzien officiële aanplakborden. Meestal moet je de affiches dan binnenbrengen op het gemeentehuis en dan zorgen zij (eventueel mits betaling) voor het ophangen van de affiches.
Als je grote borden langs de openbare weg wil plaatsen met een aankondiging voor de fuif, heb je in vele gevallen een bouwvergunning nodig. Informeer goed op voorhand, zodat je geen boete krijgt voor een bouwovertreding. Voor het plaatsen van reclamepanelen langs gewestwegen heb je de toestemming nodig van de provinciale dienst Wegen en Verkeer. (Zie ook het deel promotie)
Klik hier om een overzicht te krijgen van de wildplakzuilen in Sint-Truiden.
In sommige gemeenten heeft men een meldingsplicht voor fuiven ingevoerd. Hierbij dienen enkele opmerkingen gemaakt:
Een meldingsplicht invoeren is een vorm van vergunning opleggen. In het kader van de openbare orde kunnen er voor openbare vergaderingen in gesloten ruimten geen voorafgaandelijke vergunningen worden opgelegd. Men kan enkel eisen dat deze vergaderingen vreedzaam en ongewapend zijn. Het niet-melden kan dan ook geen aanleiding zijn om een fuif stil te leggen of om sancties op te leggen.
Een gemeentebestuur mag geen misbruik maken van recht. In het kader van haar opdracht om de orde te handhaven, kan een gemeentebestuur dus geen structurele preventieve maatregelen nemen waarbij grondwettelijke vrijheden worden beperkt.
Bovendien misbruiken heel wat gemeenten de melding om dingen te vragen die niets met de openbare orde te maken hebben. De organisator is nooit verplicht deze informatie te geven!
ls de fuif plaatsvindt in een niet-ingedeelde inrichting en als je een uitzondering wil bekomen op de geluidsnormen van het KB van 24 februari 1977 (zie ook bij het deel geluidshinder).
Op 15 december werd de wet houdende administratieve vereenvoudiging II goedgekeurd. Voor fuiforganisatoren en gemeenten zijn met name de wijzigingen inzake de slijterijen van gegiste dranken (ook wel de tapvergunning genoemd) en wijzigingen betreffende de vergunning voor het verstrekken van sterke drank van belang.
Voor het schenken van gegiste dranken op je fuif (de zogenaamde tapvergunning)
Vroeger was het zo dat de organisator van een gelegenheidsslijterij zoals een fuif bij douane en accijnzen een ‘aangifte in de openingsbelasting’ moest indienen. De organisator:
Als organisator was je dan ook al gauw een halve dag kwijt voor het vervullen van deze formaliteiten.
De aangifteplicht wanneer een gelegenheidsslijterij wordt georganiseerd op het grondgebied van een gemeente die deel uitmaakt van een Gewest waar de openingsbelasting op nul heeft gezet is afgeschaft. Vroeger moest je je als organisator met een moraliteitsattest (240i) aanmelden bij douane en accijnzen. Met het vervallen van de zogenaamde aangifteplicht, vervalt ook de verplichting om een moraliteitsattest af te leveren bij Douane en Accijnzen. Voor het schenken van gegiste dranken hoef je dus geen vergunning meer aan te vragen bij Douane & Accijnzen.
Aan de opening van een vaste en reizende slijterijen blijven voorwaarden (i.v.m moraliteit en hygiëne) verbonden die de gemeente zal controleren. Voor gelegenheidsslijterijen zoals fuiven zijn er geen expliciete voorwaarden voorzien in de wet. Gemeentelijke overheden kunnen zelf autonoom vaststellen in hoeverre zij de voorwaarden inzake moraliteit zullen nagaan van een organisator van een gelegenheidsslijterij.
Onder de vroegere wetgeving was er een controle van de moraliteit van de organisator van een fuif en werd de moraliteit van de organisator van een mosselfeest niet gecontroleerd aangezien deze laatste geen aangifte in de openingsbelasting moest indienen wegens het feit dat er gegiste dranken werden geschonken bij een maaltijd. Met het oog op een uniforme behandeling wordt het dan ook wenselijk geacht dat bij het organiseren van een fuif, de voorwaarden inzake moraliteit van de organisator niet moeten worden nagegaan en wordt er dan ook geen wettelijke verplichting dienaangaande opgelegd om dit te controleren. Hierdoor zal de administratieve overlast verdwijnen ter gelegenheid van het organiseren van fuiven en andere gelegenheidsevenementen. Gemeenten zijn dus niet verplicht de moraliteit van de organisator van een gelegenheidsslijterij na te gaan, de wetgever koos er opzettelijk voor dit niet vast te leggen.
We hebben veiligheid en preventie in 3 delen samengevat: safety, security en geïntegreerd fuifplan.
Een goed georganiseerde fuif staat of valt met de inspanningen die je als organisator levert op het vlak van veiligheid en preventie. Organisatoren besteden vaak voldoende aandacht aan het security-aspect. Ze nemen de nodige preventieve maatregelen om het risico op overlast en verstoring van de openbare orde zo klein mogelijk te houden.
Minstens even belangrijk is de creatie van een veilige fuifomgeving, de zogenaamde ‘safety’ die het risico op ongevallen, brand,… zo veel mogelijk beperkt. In dit deel vind je alles wat je als organisator over safety moet weten. Met andere woorden: welke voorzorgsmaatregelen kan je als organisator allemaal nemen om je fuif zo veilig mogelijk te laten verlopen?
Fuiven en evenementen blijven een populaire trekpleister voor jongeren. Toch is het belangrijk dat de organisatoren de juiste maatregelen treffen om alles op een verantwoordelijke en veilige manier te laten verlopen.
Jongeren gaan op een steeds jongere leeftijd naar fuiven, maar ze mogen pas vanaf 16 jaar licht alcoholische drankjes consumeren en de sterkere dranken zelfs pas vanaf 18 jaar. Natuurlijk is het als organisator niet altijd even gemakkelijk om dit te controleren.
Om het alcoholgebruik bij minderjarigen tegen te gaan, kunnen de organisatoren 2 soorten polsbandjes bij het fuifloket verkrijgen. Deze polsbandjes hebben elk een andere kleur en opschrift: ’16-18-jarigen’ en ‘+ 18-jarigen’. Zo weet het toogpersoneel wie ze al dan niet alcohol mogen serveren. De polsbandjes worden gelinkt aan de fuifbox en zijn vanaf 2012 verplicht bij elke fuifaanvraag.
Banners
Daarnaast zijn er banners te verkrijgen met dezelfde opdruk als de polsbandjes. Deze banners moeten uitgehangen worden bij fuiven en wijzen bezoekers op de wetgeving rond alcoholgebruik. Sensibilisering is namelijk een plicht voor een fuiforganisator die op een verantwoordelijke manier de veiligheid wil garanderen.
Rookverbod
Ook het rookverbod vormt vaak een probleem. Daarom kan je vanaf nu een van de nieuwe partytenten met de opdruk ‘rokerstent-fuifloket’ inzetten op je fuif. Zo merken de fuifgangers onmiddellijk dat er buiten een rookruimte is. Bovendien wordt de overlast beperkt omdat er maar één centrale rookplaats is.
Aantal feestgangers
De organisatoren moeten ook rekening houden met het maximaal aantal bezoekers dat in de zaal wordt toegelaten. Dit aantal wordt vastgelegd door de brandweer om de veiligheid te waarborgen en hangt af van de fuiflocatie. Daarom krijgen de organisatoren slechts een maximaal aantal pols- of toegangsbandjes die ze kunnen verkopen.
De eindverantwoordelijkheid voor de brandveiligheid ligt bij de Burgemeester. Elke zaal moet over een brandweerattest beschikken waarin staat hoeveel personen er maximum zijn toegelaten.
DEEL VI: POLITIEREGLEMENT BETREFFENDE DE BRANDVEILIGHEID IN VOOR HET PUBLIEK TOEGANKELIJKE GEBOUWEN EN LOKALEN EN INZAKE BRANDBESTRIJDING IN HET ALGEMEEN
AFDELING I: BRANDVEILIGHEID IN VOOR HET PUBLIEK TOEGANKELIJKE GEBOUWEN EN LOKALEN
Artikel 1. In de hiernavolgende tekst wordt verstaan onder:
1. "reactie bij brand van bouwmaterialen": deze bepaald in de terminologie van de norm NBN 713-010 inzake brandbeveiliging voor hoge gebouwen;
2. "weerstand tegen brand van bouwelementen": deze zijn bepaald in de norm NBN 713-020;
3. "muurvaste bekleding": bekledingen die zodanig zijn aangebracht dat ze niet gemakkelijk te verwijderen zijn;
4. "evacuatieweg": een binnen in het gebouw gelegen weg met een maximum helling van 10%, die toegang geeft tot de trappenhuizen, de buitenterrassen en de uitgangen;
5. "wand": een bouwelement, al dan niet verticaal, dat een ruimte begrenst.
HOOFDSTUK I: TOEPASSINGSGEBIED
Artikel 2. Deze afdeling is van toepassing op alle gebouwen, lokalen of plaatsen waar het publiek kosteloos, tegen betaling of op vertoon van een lidmaatschapskaart toegang heeft en waar 50 personen of meer kunnen aanwezig zijn. Deze gebouwen, lokalen of plaatsen worden hierna aangeduid met de term "instelling".
HOOFDSTUK II: TOEGELATEN AANWEZIGEN
Artikel 3.
1. In handelsinrichtingen, die niet opgenomen zijn in de lijst van de gevaarlijke, ongezonde of hinderlijke inrichtingen, wordt het maximum toegelaten aanwezigen als volgt bepaald:
a. ondergrondse verdiepingen: één persoon per 6 m² totale oppervlakte.
b. gelijkvloerse verdiepingen: één persoon per 3 m² totale oppervlakte.
c. bovenverdiepingen: één persoon per 4 m² totale oppervlakte.
In zalen waar vaste zetels zijn aangebracht, is het maximum aantal aanwezigen gelijk aan het aantal
zitplaatsen. In de andere inrichtingen toegankelijk voor het publiek, zoals cafés, restaurants, bars, dansgelegenheden, verbruikssalons, vergaderzalen, conferentiezalen, feestzalen, gebouwen voor eredienst en soortgelijke instellingen, wordt het maximum toegelaten aanwezigen bepaald op één persoon per vierkante meter totale oppervlakte van de instelling.
2. Aan de ingang van cafés, bars, restaurants, dansgelegenheden, verbruikssalons, vergaderzalen, conferentiezalen en feestzalen moet duidelijk vermeld worden, hoeveel personen maximaal toegelaten zijn. In inrichtingen die afzonderlijk voor het publiek toegankelijke lokalen bevatten moet deze vermelding bij die afzonderlijke toegangen aangebracht worden. Deze verplichting geldt ook voor tijdelijke feestzalen of vergaderruimtes van welke aard ook. Het college van burgemeester en schepenen bepaalt de wijze waarop deze informatie moet bekendgemaakt worden aan de ingang.
HOOFDSTUK III: TOEGANKELIJKHEIDSVOORWAARDEN
Artikel 4. De instelling moet ten allen tijde bereikbaar zijn voor de brandweervoertuigen. De toegangsweg(en) nabij de instelling verto(ont)(nen) zodanige kenmerken dat de opstelling en de bediening van het materieel voor de brandbestrijding en de redding gemakkelijk kunnen uitgevoerd worden.
HOOFDSTUK IV: WEERSTAND TEGEN BRAND VAN BOUWELEMENTEN EN REACTIE BIJ BRAND VAN BOUWMATERIALEN
Artikel 5. Alle deuren met een weerstand tegen brand zijn zelfsluitend. Zij mogen niet van een toestel voorzien zijn, dat het mogelijk maakt ze in geopende stand te houden. Zij moeten kunnen geopend worden met een normale krachtinspanning.
Artikel 6. Een weerstand tegen brand van ten minste 1 uur is vereist voor de wanden van de stooklokalen en van de brandstofopslagplaatsen, voor zover ze ondergebracht zijn in het gebouw.
Artikel 7. Een weerstand tegen brand van ten minste 1/2 uur is vereist voor de volgende bouwelementen:
1. dragende elementen van het gebouw, zoals de dragende muren, kolommen en balken;
2. de wanden en de deuren die de instelling scheiden van de rest van het gebouw;
3. de wanden en toegangsdeuren van de trappenhuizen indien de voor het publiek toegankelijke lokalen zich uitstrekken over meer dan twee bouwlagen (drie indien een kelderverdieping is inbegrepen);
4. wanden en bijhorigheden van kokers, zoals deze voor leidingen en huisvuil, met uitzondering van verluchtings- en verwarmingskanalen;
5. de deuren van de stooklokalen en de brandstofopslagplaatsen, buitendeuren uitgezonderd.
Artikel 8.
1. Valse plafonds
a. De valse plafonds voor de instelling zijn moeilijk ontvlambaar of hebben een oppervlak met gemiddelde vlamvoortplantingssnelheid.
b. De valse plafonds in de evacuatiewegen zijn niet ontvlambaar of hebben een oppervlak met een trage vlamvoortplantingssnelheid.
c. De ophangingelementen zijn onbrandbaar.
2. Muurvaste bekledingsmaterialen - bekleding van vaste zitplaatsen
a. De muurvaste bekledingen van de wanden van de instelling, ongeacht of deze worden gebruikt voor thermische isolatie, geluidsisolatie, versiering of enig ander doel, evenals de bekleding van de vaste zitplaatsen zijn moeilijk ontvlambaar of hebben een oppervlak met een gemiddelde vlamvoortplantingssnelheid.
b. De muurvaste bekledingen van de wanden van evacuatiewegen, ongeacht of deze worden gebruikt voor thermische isolatie, geluidsisolatie, versiering of enig ander doel, zijn niet ontvlambaar of hebben een oppervlak met trage vlamvoortplantingssnelheid.
c. Voor versieringen en bekledingen zijn gemakkelijk brandbare materialen zoals rietmatten, stro, karton, boomschors alsmede brandbare textielstoffen en plastiek niet toegelaten.
d. De bekledingen zijn zo aangebracht dat de mogelijkheid niet bestaat dat afval zich achter de bekledingen kan ophopen.
Artikel 9. De exploitant zal ten allen tijde toegang tot de inrichtingen verlenen aan de burgemeester en de bevoegde ambtenaren. Op hun aanvraag is hij verplicht het bewijs te leveren dat aan de voorschriften van de artikelen 6, 7 en 8 is voldaan wat betreft het gedrag van materialen en bouwelementen bij brand. Indien hij dat bewijs niet kan leveren is hij verplicht een door hem ondertekende beschrijving te geven van de samenstelling van materialen en bouwelementen, waarvoor het vereiste bewijs ontbreekt.
HOOFDSTUK V: VENTILATIE EN ROOKAFVOER
Artikel 10. Een aangepast, natuurlijk of mechanisch ventilatiesysteem waarborgt een behoorlijke verluchting in de instelling. De luchtafvoerkanalen zijn uit niet-brandbare materialen samengesteld.
Artikel 11. De nodige schikkingen worden genomen opdat de rook zo snel mogelijk uit de instelling verdwijnt. De burgemeester kan, in voorkomend geval, een rookventilatie doen installeren.
HOOFDSTUK VI: UITGANGEN EN ONTRUIMINGEN
Artikel 12. Algemeen:
Alle deuren die gelegen zijn in de evacuatiewegen kunnen gemakkelijk geopend worden en draaien in de richting van de uitgang. De deuren welke rechtstreeks op de openbare weg uitgeven mogen niet buiten de rooilijn komen. Indien deze deuren noodzakelijkerwijze naar binnen draaien, dienen zij te kunnen openslaan tegen een vast gedeelte van het gebouw en er stevig aan bevestigd worden. Gedurende de openingsuren zijn deze deuren in geopende stand vastgezet. Draaideuren en draaipaaltjes zijn in de evacuatiewegen en de uitgangen verboden.
Artikel 13. Aantal uitgangen:
Instellingen of gedeelten van instellingen waar meer dan honderd personen aanwezig mogen zijn, moeten over ten minste twee gescheiden uitgangen beschikken. Drie gescheiden uitgangen zijn vereist voor instellingen met een capaciteit van vijfhonderd personen. Deze tweede en/of derde uitgang mag als "nooduitgang" worden aangeduid. Voor instellingen die maar over één uitgang dienen te beschikken, mag geen enkel punt van deze instelling verder dan 25 meter van de uitgang zijn gelegen. Indien hieraan niet kan worden voldaan moet er een tweede uitgang zijn.
Artikel 14. Breedte uitgangen:
De uitgangswegen en -deuren hebben in totaal een vrije breedte die ten minste gelijk is, in centimeter, aan het maximum aantal in de instellingen toegelaten personen, bepaald overeenkomstig artikel 3 §1. De nuttige breedte van de uitgangen en de evacuatiewegen, is gelijk aan ten minste 0,8 meter en is vrij van elke hindernis tot op een hoogte van ten minste 2 meter. De evacuatiewegen worden steeds volledig vrij gehouden.
Artikel 15. Aantal trappen:
Wanneer de instelling in bovenverdiepingen of in kelderverdiepingen voor het publiek toegankelijke lokalen bevat worden deze door vaste trappen bediend, zelfs wanneer er andere toegangsmiddelen zoals liften aanwezig zijn. Verdiepingen waar honderd of meer personen mogen verblijven beschikken over ten minste twee afzonderlijke trappen. Verdiepingen waar vijfhonderd of meer personen mogen verblijven beschikken over ten minste drie afzonderlijke trappen. Roltrappen, evenals hellende vlakken met een helling van méér dan 10% komen niet in aanmerking om aan de eisen van dit artikel te voldoen.
Artikel 16. Voorschriften voor de trappen:
Trappen in de evacuatiewegen zijn recht, zonder draaiende delen. De bordessen zijn ten minste even breed als de trappen en zijn tenminste 1 meter lang. De treden zijn ten minste 0,23 meter breed en ten hoogste 0,18 meter hoog. Geen enkele trede mag méér dan 0,05 meter over het stootbord uitsteken. De nuttige breedte van de trappen en trapbordessen bedraagt ten minste 0,80 meter en is vrij tot op een hoogte van ten minste 2 meter. Elke trap is voorzien van ten minste één stevig vastgehechte doorlopende leuning of handgreep. Trappen met een breedte van 1,20 meter en meer zijn aan weerszijden van een stevig vastgehechte leuning voorzien. Trappen welke breder zijn dan 2,40 meter zijn bovendien door één of meer leuningen in verschillende delen verdeeld, zodat de breedte van elk van deze delen 1,20 meter niet overtreft en minimum 0,80 meter bedraagt. De trappen hebben in totaal ten minste een vrije breedte die, in centimeter, gelijk is aan het aantal personen die ze moeten gebruiken om de inrichting te verlaten, vermenigvuldigd met 1,25 voor dalende en met 2 voor stijgende trappen. Roltrappen kunnen aan ieder uiteinde worden stilgelegd.
Artikel 17. Deuren: De vleugels van glazen deuren dragen een merkteken dat volstaat om zich rekenschap te geven van hun aanwezigheid. Elke deur met automatische sluitinrichting die niet gemakkelijk met de hand kan worden geopend, is uitgerust met een veiligheidsapparaat dat de deur automatisch op volle breedte opent wanneer de energiebron, die de deur in werking stelt, uitvalt. Automatische deuren (schuifdeuren) zijn slechts toegelaten voor uitgangen die rechtstreeks naar buiten uitgeven; deze deuren komen niet in aanmerking voor het berekenen van de uitgangsbreedte. Deze bepaling geldt niet voor branddeuren en liftdeuren.
Artikel 18. Aanduiding uitgangen: Alle uitgangen dienen ten allen tijde aangeduid te zijn met de aanduiding "uitgang" of "nooduitgang", naargelang het geval. Deze aanduidingen zijn boven de uitgang aangebracht in groene letters op witte achtergrond of omgekeerd; de hoogte van de letters bedraagt ten minste 115 mm. De richting van de wegen en trappen die naar de uitgangen leiden wordt, zo de schikking van de plaatsen dit vereist, op opvallende wijze aangegeven door pijlstrepen, vergezeld van het woord "uitgang" of "nooduitgang", naargelang het geval, in wit op groene achtergrond of omgekeerd. Deze opschriften en aanduidingen zijn zodanig aangebracht, dat zij in alle omstandigheden goed zichtbaar en leesbaar zijn.
HOOFDSTUK VII: VERLICHTING
Artikel 19. De lokalen zijn behoorlijk verlicht. Alleen elektrische verlichting is toegelaten.
Artikel 20. De instelling is voorzien van een degelijke veiligheidsverlichting, welke een voldoende lichtsterkte heeft om veilig het gebouw te verlaten. De veiligheidsverlichting treedt automatisch in werking binnen de 30 seconden na het uitvallen van de gewone verlichting. Ze blijft minstens 1 uur in werking.
HOOFDSTUK VIII: VERWARMING
Artikel 21. In verband met de verwarmingsinstallatie moeten alle nodige veiligheidsmaatregelen genomen worden om oververhittingen, ontploffingen en brand te vermijden.
Artikel 22. Het gebruik van open vuren en verplaatsbare verwarmingstoestellen is verboden. Open haarden al dan niet beschermd met roosters, kappen of andere afscheidingen naar voor toe, worden eveneens beschouwd als open vuren.
Artikel 23. De verwarmingsinstallatie en de niet-ingegraven brandstofopslagplaatsen zijn elk in afzonderlijke, uitsluitend daartoe bestemde geventileerde lokalen geïnstalleerd, die niet rechtstreeks uitgeven in de instelling, met uitzondering van de toiletten. De brandstoftoevoerleidingen zijn in metaal en zijn stevig bevestigd. Op deze leidingen wordt tussen de brandstofopslagplaatsen en verwarmingsketel, ten minste één afsluitkraan geplaatst op een gemakkelijk bereikbare plaats, buiten het stooklokaal gelegen. De nodige schikkingen worden genomen om ieder gevaar voor hevelwerking bij leidingbreuk te voorkomen.
Artikel 24. De verwarmingsinstallatie met warme lucht voldoet aan de volgende voorwaarden:
1. temperatuur van de lucht mag op de verdelingspunten 80° C niet overschrijden;
2. de aanvoerkanalen van warme lucht zijn uit onbrandbare materialen vervaardigd;
3. de te verwarmen lucht mag niet opgezogen worden in deze stooklokalen, noch in zijn aanhorigheden;
4. de openingen voor het aanzuigen of voor het terug aanzuigen zijn voorzien van doeltreffende stoffilters die geen brandbare dampen kunnen vrijmaken;
5. wanneer de lucht rechtstreeks in de generator wordt verwarmd, is de druk van de warme lucht in de generator altijd hoger dan deze van de gassen die doorheen de vuurhaard trekken;
6. in de lokalen met warme lucht verwarmd, door een generator met rechtstreekse warmtewisseling, is een inrichting aangebracht welke de ventilator en de generator stilleggen, in geval van een abnormale temperatuurstijging van de warme lucht.
Artikel 25. Op de gastoevoerleiding is buiten het gebouw, op een gemakkelijk bereikbare plaats, een afsluitkraan geplaatst, duidelijk gesignaleerd met de letter "G". De gasmeter moet in een uitsluitend daarvoor dienend en goed geventileerd lokaal worden aangebracht.
HOOFDSTUK IX: BRANDBESTRIJDINGSMIDDELEN
Artikel 26. Voor de beveiliging tegen brand zijn passende brandbestrijdingsmiddelen aangebracht. De aard, het aantal en de schikking wordt vastgesteld door de bevoegde brandweerdienst.
Artikel 27. Het brandbestrijdingsmaterieel is in goede staat van onderhoud, beschermd tegen vorst, doelmatig gesignaleerd, gemakkelijk bereikbaar en oordeelkundig aangebracht. Het kan steeds onmiddellijk in werking gebracht worden.
Artikel 28. Binnen de lokalen is het gebruik van blustoestellen met broommethyl, tetrachloorkoolstof, of alle andere producten waardoor giftige uitwasemingen kunnen ontstaan verboden.
HOOFDSTUK X: PERIODIEKE CONTROLE
Artikel 29. De brandbestrijdingsmiddelen en de verwarmingsinstallatie worden jaarlijks door een bevoegd persoon aan een nazicht onderworpen. De data van deze onderzoekingen en de vaststellingen die tijdens deze onderzoekingen worden gedaan, worden in een register ingeschreven, dat ter beschikking wordt gehouden van de burgemeester of zijn afgevaardigde.
Artikel 30. De elektrische installatie, de veiligheidsverlichting inbegrepen, wordt om de vijf jaar en bij elke belangrijke wijziging onderworpen aan een nazicht door een controleorganisme, erkend door het Ministerie van Economische Zaken.
Artikel 31. Vooraleer publiek toegelaten wordt in de instelling, controleert de uitbater de veiligheidsverlichting en onderzoekt de toestand van de uitgangen.
Artikel 32. In verband met een regelmatige controle zal de uitbater van de instelling toegang verlenen aan de burgemeester, de plaatselijke politie en de bevoegde brandweerdienst.
HOOFDSTUK XI: BIJZONDERE VOORSCHRIFTEN
Artikel 33. De nodige maatregelen dienen genomen te worden om de brandrisico's, verbonden aan het roken, te weren. Daarom is het verboden in de instelling te roken of te laten roken, met uitzondering van die instellingen of gedeelten ervan, die ontworpen en uitgevoerd zijn als verbruikszaal. Daar worden een voldoende aantal veilige asbakken ter beschikking gesteld. In dansgelegenheden is het evenwel verboden te roken op de dansvloer.
Artikel 34. In de voor het cliënteel toegankelijke gedeelten van de instelling mogen zonder uitdrukkelijke vergunning van de burgemeester geen keukens of soortgelijke installaties aangebracht worden.
Artikel 35. De instelling is met ten minste één toestel op het openbaar telefoonnet aangesloten. Bij dit telefoontoestel zijn de telefoonnummers van de hulpdiensten aangebracht.
Artikel 36. Het personeel is ingelicht over de gevaren die zich bij brand in de instelling kunnen voordoen. Het is goed op de hoogte inzake de te treffen maatregelen, de aanwending van de brandblustoestellen en de ordelijke ontruiming van de inrichting.
Artikel 37. De artikelen 21 tot 36 zijn van toepassing op de dansgelegenheden die vallen onder de bouwverordening op de brandvoorkoming in dansgelegenheden.
HOOFDSTUK XII: AFWIJKINGEN - CONTROLE
Artikel 38. De burgemeester kan, na raadpleging van de bevoegde diensten, afwijkingen toestaan op onderhavig politiereglement; hij kan onder dezelfde voorwaarden bijkomende maatregelen voorschrijven. Hij kan eveneens, in dezelfde voorwaarden, de sluiting van de instelling bevelen.
Artikel 39. De burgemeester of zijn afgevaardigde, de politiediensten en de bevoegde brandweerdienst oefenen toezicht en controle uit op de uitvoering van de bepalingen van dit reglement.
Artikel 40. Wijzigingen of veranderingen van de instelling dienen vooraf ter goedkeuring aan het schepencollege, dat het advies inwint van de bevoegde brandweerdienst, te worden voorgelegd.
AFDELING II: WATERVOORRADEN VOOR HET BLUSSEN VAN BRANDEN
Artikel 41. Het stationeren van voertuigen of het opslaan van goederen is verboden, ook tijdelijk, wanneer hierdoor de toegang tot of het gebruik van watervoorraden voor het blussen van branden gehinderd of verhinderd wordt.
Artikel 42. Het is verboden de identificatie- en herkenningstekens onherkenbaar te maken, te beschadigen, onzichtbaar te maken of te laten maken.
Artikel 43. De personen die er bij sneeuwval mee belast zijn zonder verwijl voor de door hen gebruikte eigendom een doorgang vrij te maken voor de voetgangers, zijn er eveneens toe gehouden de bereikbaarheid van de brandmonden en van de zuigputten te verzekeren.
AFDELING III: ONDERHOUDEN EN VEGEN VAN SCHOORSTENEN EN ROOKKANALEN
Artikel 44. De gebruikers van een gebouw of van een gedeelte van een gebouw, zijn verplicht ervoor te zorgen dat de schoorstenen en de rookkanalen die zij gebruiken:
1. voortdurend in goede staat onderhouden worden;
2. minstens éénmaal per jaar geveegd worden.
AFDELING IV: VERPLICHTINGEN OPGELEGD IN GEVAL VAN BRAND
Artikel 45. Diegenen die een brand opmerken moeten dit onmiddellijk mededelen aan de gemeentelijke brandweerdienst of politie.
Artikel 46. De bewoners van een gebouw of een gedeelte van een gebouw waar brand uitgebroken is moeten gehoorzamen aan de bevelen van de leider van de reddingsploeg. Diezelfde verplichting geldt voor de bewoners van een gebouw of een gedeelte van gebouw in de buurt van de brandhaard.
AFDELING VI: STRAFBEPALING
Artikel 48. De overtredingen van bovenstaande bepalingen worden bestraft met politiestraffen voor zover bij wetten, algemene of provinciale reglementen en verordeningen die op dit stuk bestaan, geen andere straffen bepaald zijn.
Bij megamanifestaties moet je zeker overwegen beroep te doen op de diensten van het Rode Kruis / Vlaamse Kruis. De aanwezigheid van deze vrijwilligers is in principe gratis. Als de fuif in een zaal plaats vindt, voorzie dan een apart lokaal waar eventuele gekwetsten en zieken kunnen worden verzorgd. Als je beroep doet op Rode-Kruismateriaal of een ambulance dan betaal je hiervoor, informeer bij de lokale afdeling. Alle informatie is te vinden op de websites van het Rode Kruis en het Vlaamse Kruis.
Als je een kleinschalige fuif organiseert, kan je zelf een EHBO post voorzien. Een basis- EHBO- richtlijn voor de medewerkers is altijd nuttig.
(Zie ook bij het deel organisatorische maatregelen onder geïntegreerd fuifplan)
Er bestaan gespecialiseerde EHBO-posten voor fuiven. Bv FuivenEHBO
Het Rode Kruis van Sint-Truiden
Jos Ruymen, Wilderenlaan 117 te 3800 Sint-Truiden, Tel.: 011-68 88 89. E-mail: jos.ruymen@skynet.be
In sommige gemeenten stelt men een fuifbox ter beschikking aan de fuiforganisator. Hierin vind je o.a. een draaiboek over veilig fuiven, T-shirts, EHBO, stempels (met blacklight herkenning), herkenbare reflectorbandjes voor parking, zaklampen, …
In Sint-Truiden kan je terecht bij de Jeugduitleendienst voor het lenen van o.a. walkie talkies, veiligheidsvestjes, ...
Het gebruik van T-shirts kan de herkenbaarheid sterk vergroten, maar je kan ze best niet laten bedrukken met ‘security’. Deze bevoegdheid heb je immers als organisator niet.
Het is ook aangeraden om de mensen die instaan voor veiligheid en toezicht (bijvoorbeeld het vrijhouden van de nooduitgangen) een ander T-shirt te laten dragen dan de mensen van de organisatie (tap, inkom, …). Op deze manier is het nog duidelijker wie er moet aangesproken worden als er sprake is van een ongeval of van onrust.
Elke zaal zou best beschikken over een hulpkaart (een kaart met noodnummers). Is dat niet het geval, of geef je een fuif in een tent of in openlucht zorg er dan als organisator zelf voor. Vermeld het telefoonnummer van de politie, de dokter van wacht, de brouwer, de brandweer, …
Hier vind je een printklare lijst met noodnummers van Sint-Truiden.
Je moet alleen nog enkele nummers zelf aanvullen.
Het is nooit prettig om maandag in de krant te lezen, dat iemand die jullie fuif heeft bezocht, zich te pletter heeft gereden. Een actief alcohol- en drugbeleid is dus aan te raden.
Enkele tips:
Je kan als organisator ook de mogelijkheden openbaar vervoer, taxibedrijf of het inschakelen van een BOB promoten.
De Provincie Limburg heeft op dit moment nog altijd het project fuifbussen lopen. Dus ook jeugdverenigingen en sportclubs uit Sint-Truiden kunnen hier gebruik van maken. Enigste vereiste is dat je minimaal 700 bezoekers verwacht op je fuif. Je kan ook maximum maar 1 fuifbus aanvragen per fuif. Voor reservering van de fuifbus moet je het Aanvraagformulier Stad Sint-Truiden invullen, rubriek Formulieren.
(zie ook onder : regelgeving/ bewakingsdiensten)
Sinds 1 november 1999 (BS 1999-07-29) is de gewijzigde wet op bewakings- en beveiligingsdiensten en de interne bewakingsdiensten (wet van 10 april 1990) in werking getreden.
Het gevolg is dat het inzetten van een ‘buitenwipper’, ‘portier’, …, onder de bepalingen van deze wet valt. De wet heeft betrekking op alle mensen die de uitdrukkelijke opdracht hebben met personencontrole bezig te zijn, zij doen controle op het gedrag van personen met het oog op veiligheid in publieke plaatsen.
Deze wet sluit het inzetten van plaatselijke verenigingen zoals hondenclubs, karateclubs, … voor personencontrole uit.
Ten eerste is het belangrijk dat je als organisator weet dat de inzet van een bewakingsdienst nooit kan worden verplicht via een politiereglement of door een besluit van de burgemeester. Zie ook deel over politiereglementen
Als je toch beslist om een bewakingsteam in te zetten dan heb je als fuiforganisator volgende mogelijkheden:
Een portier heeft geen enkele bijzondere bevoegdheid. In bepaalde gevallen en onder strikte voorwaarden kunnen zij personen onderwerpen aan een oppervlakkige controle van kledij en handbagage. Maar de Burgemeester moet hiervoor uitdrukkelijk de toestemming verlenen. Systematische controles (van alle bezoekers) zijn verboden.
Alle verantwoordelijken, medewerkers of leden van de vereniging, dit kunnen bij een jeugdorganisatie dus ook ouders zijn die meehelpen. Deze vrijwilligers kunnen alleen activiteiten van persoonscontrole uitoefenen als dit occasioneel en onbezoldigd gebeurt en/of de Burgemeester van de gemeente waar de organisatie plaatsvindt hiertoe de toestemming heeft verleend.
Aan welke voorwaarden moet een vrijwilliger voldoen om als portier te kunnen worden ingezet?
Neen, alleen als je sporadisch eens een fuif organiseert. Het is de taak van de lokale overheid te oordelen wat sporadisch is.
Wanneer is de wet op bewakings- en beveiligingsdiensten niet van toepassing?
1. Bij een privé-fuif. De wet op bewakings- en beveiligingsdiensten is niet van toepassing als een fuif niet openbaar is. We spreken van een privé-feest als er enkel genodigden welkom zijn. Ook ‘bijeenkomsten’ waar uitsluitend leden van de organiserende vereniging toegang tot hebben, worden als privé beschouwd. Als mensen toch toegelaten worden als ze zich op een eenvoudige manier lid maken, dan moet je dit wel beschouwen als een voor het publiek toegankelijke plaats, en dan is de wet wel van toepassing. Het vragen van inkomgeld maakt een plaats of fuif niet minder openbaar.
2. Toezicht door jeugdverantwoordelijkenIn een omzendbrief van 7 maart 2001 maakt Minister Duquesne duidelijk dat: “… het inherent is aan de functie en de verantwoordelijkheid van sommige personen dat ze er ook op toezien dat het evenement, waarover ze de zorg dragen, op een correcte wijze verloopt. Dit is bijvoorbeeld het geval met leerkrachten en opvoeders ten aanzien van leerlingen, maar ook van leiders in jeugdbewegingen en verantwoordelijken van jeugdhuizen. Het is duidelijk dat het door hen uitgeoefende toezicht, ook met betrekking tot de veiligheid, een onlosmakelijk onderdeel uitmaakt van hun opdracht of hun beroep, … en dat de bewakingswet op dit toezicht geenszins van toepassing is. In die zin wordt het toezicht van een jeugdhuisverantwoordelijke op het gedrag van diegenen die aan zijn zorg zijn toevertrouwd tijdens fuiven en of andere evenementen, georganiseerd door het jeugdhuis niet aanzien als een activiteit van ‘persoonscontrole’, zoals bedoeld in de wet.Toezicht door jeugdverantwoordelijken valt dus niet onder de bewakingswet, expliciete persoonscontrole aan de ingang blijft uiteraard wel onder de bewakingswet vallen.
1. Ticketcontrole of controle van stempels heeft niets te maken met persoonscontrole. Een portier mag zich hier dan ook niet mee bezig houden, de taken persoonscontrole en ticketcontrole moeten dus duidelijk gescheiden blijven.
2. Controle die te maken heeft met safety, met de veiligheid van de fuifruimteAls er dus personen verantwoordelijk zijn om bijvoorbeeld de nooduitgangen vrij te houden dan heeft dat niets te maken met bewaking.
1. Geweld gebruiken. Dit is immers een uitsluitende bevoegdheid van politie. Alleen wanneer je iemand op heterdaad betrapt bij het plegen van een misdrijf, mag je als bewaker zonder geweld of dwang ingrijpen, op voorwaarde dat je onmiddellijk de autoriteiten waarschuwt.
2. Fouilleren, tenzij men uitdrukkelijk de toestemming heeft van de burgemeester. En dan nog mag het enkel door opgeleide vrijwilligers, en zijn er strenge voorwaarden aan verbonden.
3. Controle uitoefenen op de openbare weg of openbare plaatsen. Dit is de bevoegdheid van de overheid. Je mag dus in de omgeving van de zaal geen mensen inzetten.
4. Controle doen naar drugs. Dergelijke controles hebben een ander doel dan controle voor de veiligheid en deze blijven dan ook een bevoegdheid van de politiediensten.
5. Controle doen naar het bezit van ongevaarlijke voorwerpen, zoals fototoestellen.
Een fuif organiseren brengt heel wat verantwoordelijkheden met zich mee. De organisator mag de controle van de toegangstickets of de verplichte lidkaart voor zijn rekening nemen. Maar je moet er ook voor zorgen dat de ‘safety’ op de fuif gegarandeerd wordt. Dit wil zeggen dat je als organisator een zo veilig mogelijke fuiflocatie creëert en dat je hiertoe alle mogelijke voorzorgsmaatregelen neemt. Volg de voorwaarden opgelegd in het verslag van de brandweer goed op, en zorg er ook voor dat de nooduitgangen voortdurend vrij zijn. Zie ook deel over safety
Mocht er toch iets fout lopen, dan is het belangrijk dat je als organisator niet passief toekijkt. Je kan immers burgerlijk aansprakelijk worden gesteld voor een gebrekkige organisatie.
Klik hier om een lijst van erkende bewakingsfirma’s te bekomen.
Bij grote fuiven in Vlaanderen wordt er regelmatig gebruik gemaakt van erkende bewakingsdiensten. Maar niet alle firma’s zijn zuiver op de graat. Er worden regelmatig misbruiken gesignaleerd, dus wees op je hoede als je een bewakingsfirma onder de arm neemt.
Een paar voorbeelden:
De firma heeft geen erkenning of de erkenning werd recentelijk ingetrokken. Toch blijven sommige firma’s zich zeer agressief verkopen en werden sommige organisatoren bedreigd. Men vertelt de organisator niet dat men geen erkenning heeft.
Niet alle portiers die worden ingezet, hebben een opleiding achter de rug. Sommige bewakingsdiensten zetten personeel in dat weliswaar wel de nodige opleidingen gevolgd heeft maar dat niet geschikt is en over onvoldoende vaardigheden beschikt om aan persoonscontrole te doen. Ze maken zich bijvoorbeeld schuldig aan racistisch en seksistische opmerkingen, handtastelijkheden en aan het uitlokken van geweld.
Het valselijk namaken van de officiële identificatiekaart.
Sinds begin 2003 is de identificatiekaart algemeen verplicht voor bewakingsagenten in België. Elke bewakingsagent is steeds verplicht deze kaart bij zich hebben, samen met de identiteitskaart. Deze kaart wordt uitgereikt door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en heeft een geldigheidsduur van vijf jaar. Zonder kaart mag je dus wettelijk geen bewakingsopdrachten meer uitvoeren.
Deze kaart is interessant voor:
De agent moet de identificatiekaart zó aanbrengen dat ze voor iedereen duidelijk zichtbaar is.
Als er twijfel is, kan je contact opnemen met:
Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken
Algemene Directie Veiligheids- en Preventiebeleid
Koningsstraat 56
1000 Brussel
Telefoon: 02 500 25 23
Bij twijfel kan de burger een kopie nemen van de kaart. Je mag deze kopie maximum 2 maanden bewaren en je overhandigt deze best onmiddellijk aan de politie als je een klacht neerlegt.
Een ‘Geïntegreerd fuifplan’ wordt gedragen door verschillende partners. Dit kan de plaatselijke jeugdbeweging zijn (als organisator van de fuif) , de parochie, de politie, … Ervaringsuitwisseling is een belangrijke sleutel om tot zo’n plan te komen. Door samen de krachten te bundelen zal het resultaat beter zijn.
Om tot een geïntegreerd fuifplan te komen, moeten er een aantal fasen worden doorlopen: probleemanalyse (5 W’s en de H), opstellen OFEM-model en een regelmatige evaluatie van het fuifbeleid.
Probleemanalyse: maak een goede analyse: de 5 W’s en de H
Wie zorgt er voor overlast?
Wat zijn de feiten die zich kunnen voordoen?
Waar vinden de meeste fuifproblemen plaats?
Wanneer manifesteren de problemen zich?
Waarom zijn er problemen?
Hoe heb je de problemen tot nu toe aangepakt?
Het OFEM-model
Het OFEM-model geeft een kader aan de hand waarvan je de organisatie van je fuif kan verbeteren. De maatregelen die je kan treffen staan in volgorde van belang. In het proces mag geen enkele stap worden overgeslagen. Voor je naar de derde stap kan overgaan moet je de tweede stap doorlopen hebben. Alles begint bij de organisatie (belangrijkste voor het welslagen), en eindigt bij de melding. Je neemt bijvoorbeeld eerst de fysische aspecten onder handen voor je elektronische maatregelen neemt.
OFEM staat voor:
O: Organisatorische maatregelen
F: Fysische of bouwkundige maatregelen
E: Elektronische maatregelen
M: Meldingsmaatregelen
Een ‘Geïntegreerd feest- en fuifplan’ moet zich steeds kunnen aanpassen aan de noden en behoeften van de fuivende jongeren. Door extra preventieve maatregelen te nemen mag de drempel voor de jongeren niet te hoog worden. Elke nieuwe maatregel of beslissing mag daarom niet roekeloos worden genomen. Als organisator moet je je verantwoordelijkheid opnemen, en er wordt ook kort aangegeven wat de gemeente kan doen.
De organisatorische maatregelen zijn vooral een verantwoordelijkheid van de organisator.
Een goed geöliede medewerkersploeg
Goede afspraken met de medewerkersploeg zijn cruciaal. Een lijst opstellen met verantwoordelijken tijdens de fuif, houdt meer in dan mensen aanduiden voor tap en inkom. Er moet ook een ploeg stand-by zijn voor allerhande klussen. Denken we maar aan het vrijhouden van de nooduitgangen, opvang van zieken en gewonden, technische problemen in de toiletten of met de elektriciteit oplossen, mensen trachten te kalmeren als er vechtpartijen dreigen te ontstaan, het bijvullen van dranken en toiletpapier,…
Zorg er ook voor dat de deejay’s, geluidstechnici en eventueel ook de artiesten op de hoogte zijn van gemaakte afspraken. Zeker in het geval van een eventuele evacuatie kunnen zij een erg belangrijke rol spelen.
Een duidelijke takenlijst voor de dag zelf is noodzakelijk. Doe alleen beroep op mensen die te vertrouwen zijn. Dit houdt in:
Hou steeds een extra ploeg stand-by, die her en der kan inspringen.
Maak goede afspraken rond de verantwoordelijkheid van de kassa’s. Geld moet regelmatig worden opgehaald en geteld (door 2 personen) en gaat direct naar een kluis.
Het is erg belangrijk dat alle medewerkers consequent zijn in hun gedrag volgens de gemaakte afspraken. Solidariteit tussen alle medewerkers zal op een moeilijk moment erg belangrijk zijn. Zo moet zeker worden vermeden dat medewerkers zelf agressief of racistisch gedrag gaan vertonen. Het moet duidelijk zijn welke maatregelen er worden genomen als het ergens fout loopt en wie dan de beslissingen neemt.
Zo kan je bijvoorbeeld afspreken dat het licht enkel aangaat als de situatie zeer ernstig is. Anders gooi je misschien nog meer olie op het vuur. Bovendien is de fuif dan gegarandeerd om zeep.
Bij de organisatie van een fuif zijn er verschillende soorten medewerkers met een specifieke opdracht.
Fuifbegeleiders
Dit zijn de mensen die instaan voor een goed verloop van de organisatie, zij maken de afspraken met de medewerkers maar kunnen ook instaan voor de safety (EHBO, evacuatie, ervoor zorgen dat de nooduitgangen vrij zijn,…) Een goede mix van fuifbegeleiders kan belangrijk zijn. Vrouwelijke begeleiders kunnen soms een groter kalmerend effect hebben op moeilijke gasten. Maar ook de medewerking van allochtone leden kan belangrijk zijn als er een belangrijk deel allochtone jongeren wordt bereikt. Fuifbegeleiders kunnen tijdens een fuif een belangrijke preventieve rol spelen. Via een goed onthaal en actieve aanwezigheid kan je problemen voorkomen en agressie tijdig afbouwen. Deze monitoren moeten dus over de nodige communicatieve vaardigheden beschikken. Zij mogen niet aan ordehandhaving doen. Ze mogen dus enkel bemiddelen bij dreigende conflicten en zeker niet actief tussenbeide komen. Deze mensen hebben dus eerder een servicegerichte functie: informatie verstrekken aan de bezoekers, bemiddelend tussenkomen bij incidentjes en tenslotte toezicht houden op de veiligheid (gebreken omtrent veiligheid en gevaarsituaties zo vlug mogelijk melden).
Aandachtspunten voor fuifbegeleiders:
Portiers
De personen die instaan voor de persoonscontrole aan de inkom, dit kunnen ook eigen medewerkers zijn. Eigen medewerkers kunnen soms beter omgaan met de moeilijke gasten dan de erkende en opgeleide externe mensen die het publiek niet kennen en soms als een rode lap op een stier werken.
Deejay’s
Het belang van zijn/haar rol wordt nogal eens over het hoofd gezien.
Tappers
De tappers of de verantwoordelijken van de tussentogen moeten weten dat er geen alcohol wordt geschonken aan personen die zich in kennelijke staat van dronkenschap bevinden. (wet beteugeling dronkenschap)
Toiletdame
De aanwezigheid van een toiletdame zal ervoor zorgen dat de kans op vandalisme of illegaal druggebruik of –handel op de toiletten afneemt. Soms zorgt de zaaluitbater voor een eigen toiletverantwoordelijke. Bespreek dit goed op voorhand en betrek deze persoon bij de organisatie. Je kan voorzien dat medewerkers en artiesten met een speciale badge gratis gebruik kunnen maken van de toiletten, ook hierover moet je afspraken maken.
Onthaal- en inkomverantwoordelijken
Geldlopers
Voor deze taak schakel je best steeds twee medewerkers in om de veiligheid te verhogen
Vestiaire-verantwoordelijken
Een vestiaire blijft best open en bewaakt tot elke bezoeker de zaal heeft verlaten.
Daarnaast kan je als organisator nog een aantal bijkomende preventieve maatregelen nemen.
Intern fuifreglement
Een bijkomend middel om onaanvaardbaar gedrag te bestrijden is het opstellen van een intern fuifreglement. De kern van een intern reglement is dat elke bezoeker respect moet hebben voor zichzelf, voor de anderen en voor de omgeving. Als er een intern fuifreglement wordt gehanteerd moet je dit ook duidelijk maken aan de bezoekers. Dit kan onder meer met affiches die een duidelijke boodschap meegeven: ‘DRUGS BINNEN = BUITEN’ of ‘ VERBODEN EIGEN DRANKEN BINNEN TE BRENGEN’.
Anti-diefstal
Parking
Afronding van de fuif
Duidelijke afspraken over de afronding van de fuif zijn zeker noodzakelijk. Vanaf welk uur er gestopt wordt met: de inkom, verkoop drankbonnen, schenken van dranken, muziek,…
Gemeente
Maar ook de gemeente kan op het organisatorische vlak haar steentje bijdragen,
Op dit terrein kan de gemeente de meeste initiatieven nemen.
Welke elektronische hulpmiddelen kan je eventueel inschakelen om de veiligheid of het veiligheidsgevoel op je fuif te verbeteren? Hou hierbij voor ogen dat de maatregelen die je neemt in verhouding moeten staan tot de doelstellingen die je wil bereiken. Een fuif hoeft niet te gaan lijken op bigbrother toestanden.
Samenwerking met politie houdt in: hen op voorhand verwittigen, de namen van de contactpersonen doorgeven, oproep- en interventiescenario’s afspreken (vanaf welk moment is interventie noodzakelijk?), afspraken over sluitingsuur...
Je brengt de politie best minstens 6 weken op voorhand op de hoogte zodat ze de mogelijkheid heeft om een operationeel beleid uit te stippelen.
Politie-aanwezigheid op een fuif heeft tactisch gezien een ontradend effect op potentieel relgedrag of de geweldescalatie. Politie-aanwezigheid op een fuif kan beter de uitzondering blijven dan een regel worden. De politiediensten zijn wel partners in de preventieve aanpak, maar hun effectieve tussenkomst is in principe alleen noodzakelijk als sluitstuk, met name op het ogenblik dat moet worden opgetreden tegen excessen of personen met onaanvaardbaar of gewelddadig gedrag.
Hier vind je alle soorten formulieren terug. Indien er geen formulieren zijn vind je in ieder geval enkele links of adressen terug.
Dit formulier is een absolute must! De warboel rond allerlei formulieren die je aan het stadsbestuur moet vragen wordt hier al grotendeels opgelost.
Gewoon invullen en de jeugddienst handelt de rest af. Natuurlijk houden zij jullie op de hoogte van alles wat er rond jouw aanvraag gebeurt. Let op! Bij het invullen van dit formulier is je fuif alvast een stuk veiliger en beter georganiseerd.
Natuurlijk is het aan jouw om te zorgen dat alle andere dingen in orde komen. Zoals Sabam, Billijke vergoeding,...
Wil je tijdens jouw fuif vrijwilligers inzetten bij de uitvoering van bewakingsactiviteiten? Vergeet dan zeker niet het aanvraagformuleir in bijlage in te vullen en te bezorgen bij het fuifloket!
Je kan hier de materiaallijst en het aanvraagformulier downloaden.
Je kan voorlopig NIET via mail materialen vastleggen.
Om materialen vast te leggen ga je best tijdens de openingsuren langs bij de jeugddienst.
Je kan steeds voor meer info en vragen terecht op de jeugddienst via mail
Jeugddienst Sint-Truiden
Gazometerstraat 1-3
3800 Sint-Truiden
011-70 18 80
Hier kan je nu al berekenen hoeveel Sabam je gaat kosten. Je moet enkel je inkomprijs, consumptieprijs en de totale oppervlakte van je fuiflocatie invullen.
Klik hier voor de tariefsimulator
Hier vind je het te gebruiken formulier van Sabam, voor het aangeven van fuiven, terug.
Klik hier voor het aanvraagformulier
Hier kan je terugvinden naar welk adres je het Sabamformulier moet opsturen
De Vlaamse overheid neemt de betaling van de billijke vergoeding over van organisatoren van kleinschalige evenementen. Hiervoor heeft Vlaams minister van Cultuur en Jeugd Bert Anciaux een overeenkomst gesloten met de beheersvennootschappen URADEX en SIMIM.
De billijke vergoeding is de vergoeding die moet betaald worden voor het publieke gebruik van het muziekrepertoire van uitvoerende artiesten en muziekproducenten (bijvoorbeeld tijdens fuiven). De vergoedingen zullen via een derdebetalerregelling rechtstreeks aangerekend worden aan de Vlaamse overheid, zonder dat de organisator een voorafbetaling moet doen. In 2007 en 2008 wordt voor de uitvoering van de overeenkomst telkens maximaal 250.000 euro voorzien.
De overeenkomst houdt in dat de Vlaamse overheid de kosten van de billijke vergoeding op zich zal nemen als het gaat om occasionele, kleinschalige evenementen van lokale groeperingen, verenigingen en vrijwilligersinitiatieven.
Elke landelijke of commerciële organisatie valt buiten het bereik van de regeling. Bijkomende voorwaarde is dat de activiteit of het evenement op een niet-gebruikelijke locatie plaatsvindt.
De overeenkomst zorgt eveneens voor een administratieve vereenvoudiging. De aangifte van de billijke vergoeding kan voortaan volledig elektronisch gebeuren op www.bvergoed.be. Op deze website kan de organisator nagaan of hij aan de voorwaarden voldoet. Ook kan hij opzoeken welke locaties met een jaartarief werken (waarvoor hij dus geen billijke vergoeding moet betalen).
Na de aangifte krijgt de aangever een attest dat de Vlaamse overheid de betaling van de billijke vergoeding op zich neemt. Belangrijk detail: zelfs als de vereniging of de activiteit op het eerste zicht voldoet aan de voorwaarden voor een vrijstelling, blijft de aangifte verplicht.
Criteria om in aanmerking te komen:
1. De organisator moet een lokale groepering of vereniging zijn die voornamelijk uit vrijwilligers bestaat.
2. De inkomprijs moet lager zijn dan 6 euro.
3. De totale Billijke Vergoeding die moet betaald worde voor het evenement mag niet hoger liggen dan 100 euro inclusief BTW.
4. De locaties van het evenement moeten in het Nederlandse taalgebied liggen.
5. Conventionele ruimtes (ruimtes waarvoor een jaartarief betaald wordt of waarin tijdens het voorgaande kalenderjar meer dan vijf activiteiten plaatsvonden waarvoor een billijke vergoeding werd betaald of moet worden betaald) zijn uitgesloten van deze regeling. Als je aan de criteria voldoet, betaalt de Vlaamse overheid je factuur.
Surf snel naar www.vlaanderen.be/billijkevergoeding of naar www.ikgebruikmuziek.be/vlaanderen .
Via de website www.ikgebruikmuziek.be/vlaanderen kan je nu eenvoudig en snel je tijdelijke activiteiten aangeven. Je kan ook nagaan of de plaats waar jouw evenement plaats vindt, reeds gekend is en of het reeds een jaartarief betaalde. Wil je weten hoeveel je zal moeten betalen voor de Billijke Vergoeding, dan kan je vrijblijvend de berekening laten maken.
Het aanvraagformulier van de billijke vergoeding:
Het adres waar je je aanvraagformulier moet naartoe sturen:
Outsourcing Partners N.V.
PB 181
9000 Gent 12
Tel.: 070/66 00 16
Fax: 070/66 00 12
Op 15 december werd de wet houdende administratieve vereenvoudiging II goedgekeurd. Voor fuiforganisatoren en gemeenten zijn met name de wijzigingen inzake de slijterijen van gegiste dranken (ook wel de tapvergunning genoemd) en wijzigingen betreffende de vergunning voor het verstrekken van sterke drank van belang.
Vergunning voor het verstrekken van sterke drank
De wet van 28 december 1983 betreffende de vergunning voor het verstrekken van sterke drank werd gewijzigd.
Wil je sterke drank schenken, dan hoef je niet langer aan te kloppen bij Douane & Accijnzen. De vergunning voor het schenken van sterke drank wordt voortaan afgegeven door de gemeentelijke overheid. Onder welke vorm, bepaalt de gemeente zelf.
De gemeente gaat na of je als houder van een drankgelegenheid (vaste, reizende of occasionele) bevindt in één van de gevallen van uitsluiting bepaald bij artikel 11, § 1,2° tot 7° en 9°. Het verkopen, aanbieden of verstrekken van sterke drank kan slechts geschieden na het afleveren van de vergunning door de gemeentelijke overheid, op basis van de controles van de voorwaarden.
Artikel 9 van de wet van 28 december 1983 blijft behouden. Dit artikel stelt onder meer dat het verkopen van sterkedrank voor gebruik ter plaatse in occasionele drankgelegenheden op plaatsen waar openbare manifestaties plaatsvinden zoals sportieve, politieke en culturele manifestaties verboden, tenzij je speciale machtiging hebt van het college van burgemeester en schepenen. (wet 28 december 1983, B.S. 30 december 1983)
Zalen | Adres | Contactpersonen | Max Capaciteit |
| Parochiaal centrum Velm | Velmerlaan 178 3806 Velm | Lutgarde Houwaer 011-68 81 80 | |
| Tiendeschuur Speelhof | Speelhoflaan 5 3800 Sint-Truiden | Bruno Breesch 011-67 38 02 of 0495-21 24 01 | 320 in normale toestand en 500 tot max 600 indien de voorste dubbele deur in geopende stand wordt vastgezet |
| Cafetaria Veemarkt | Speelhoflaan 3800 Sint-Truiden | Breesch Bert /Rob 0475-41 69 38 | |
| Jeugdhuis de Resoor | Sluisberg 9 | Egon 0496-08 59 37 | 300 |
| Zaal de Wilduraan | Galgestraat 154 3803 Wilderen | VZW Wilduraantjes 0477-23 28 98 |
VZW Lindehof | Haagstraat 3 3800 Gelinden | Benny Serdons 011-48 67 04 |
| Hangar 27 Brustem | Industriepark Brustem 3800 Sint-Truiden | Stadsbestuur Sint-Truiden 011-70 14 14 |
| Gemeentelijke feestzaal Aalst | Aalst-dorp 16 3800 Sint-Truiden | Joris Valére 011-68 33 59 |
| Burchtheem (Brustem) | Burggracht +3 3800 Brustem | Peter Stiers 011-70 72 31 0495-54 26 35 |
| Parochiezaal ‘Norberthusheem’ Kortenbos | Nachtegaal 124 3800 Sint-Truiden | Michel Segers011-31 12 01 |
| Parochiezaal Melveren: | Melveren-Centrum 3800 Sint-Truiden | Firmin Somers 011-68 10 56 |
| 3 Gezusters (Zepperen) | 3 Gezustersstraat 55 3800 Sint-Truiden | Jean-Pierre Bex 011/-0 74 17 Vzw drie Gezusters 011-68 85 13 |
| Parochiezaal: Sint-Andries | Runkelen-Dorp 27, 3800 Sint-Truiden | Jacques Roux 011-69 12 49 |
| Parochiezaal Wilderen | Gorsem-Dorp 53 3803 Sint-Truiden | Jozef Lenaerts 011/ 68 46 73 Carlo Lenaerts 0499-66 95 06 0472-60 67 26 |
| Zaal Nieuw Sint-Truiden: Sint-Augustinus | Grevensmolenweg 34 3800 Sint-Truiden | Ludo Zeegers 011-68 24 14 |
| Zaal Nieuwenhuyse | Naamsesteenweg 161 3800 Sint-Truiden | Wim Wauters |
| Bevingen: parochiezaal Sint-Lambertus | Naamsesteenweg 290 3800 Sint-Truiden | Frans Biets 0477-31 05 83 |
| Zaal Panderosa, | Hasseltsesteenweg 369 - 3800 Melveren | 011.68.27.92 |
| Volksmacht | Luikersteenweg 7 2800 Sint-Truiden | 011-68 56 74 |
De meeste verenigingen kunnen voor extra verzekeringen terecht bij hun eigen verzekeraar:
Bijvoorbeeld:
Chiro:
LDB vzw, Rozenstraat 28-30, 3500 Hasselt
tel. 011-87 04 11, fax 011-87 04 88, info@ldbverzekeringen.be
VVKSM:
Ethias, Prins Bisschopssingel 73, 3500 Hasselt
tel. 011 28 21 11, fax 011 28 20 20
Zo dus ook voor alle andere verenigingen.
Je kan dus ook vrij kiezen waar je gaat om een verzekering.
Hier enkele voorbeelden:
Fortis
Ethias
KBC
Delta Lloyd
Dexia
DVV verzekeringen
P&V verzekeringen
...
S2 Store bvba (Studio 2000)
Taunusweg
3600 Genk
SOUNDSTATION BVBA
Guido Gezellestraat
3500 Hasselt
D-LIGHT
Kroonwinningstraat
3500 Hasselt
ook heel wat informatie over licht en geluid via de volgende sites:
Via de volgende site’s:
Een overzicht van enkele artiestenbureau’s vind je hier
Soms is er geen elektriciteit aanwezig op jouw fuiflocatie. Je kan dan bv een werfkast laten aansluiten.
Dit doe je via:
Je kan op hun site een aanvraagformulier voor een ‘tijdelijke aansluiting’ invullen, afprinten, ondertekenen en opsturen.
Let op! Je moet bij een werfkast, voor de aansluiting, je kast laten keuren. Zie Keuring Installaties.
Je moet ook een energieleverancier kiezen bv
Soms moet er op jouw fuiflocatie terug een waterleiding aangesloten worden. Alles omtrent water vinden we bij:
Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening
Je kan er naar de tarieven kijken of je aanvraag elektronisch doen.
Sommige dingen moeten officieel gekeurd worden. Bv. Een werfkast moet voor de aansluiting op het elektriciteitsnetwerk gekeurd worden.
Dit kan bij officieel erkende keuringsinstantie’s:

Via een uniek loket binnen de gemeentelijke structuur kan je een centraal aanspreekpunt creëren voor iedereen in de gemeente die een feest of fuif willen organiseren. De uitbouw van een éénloketsysteem in de gemeentelijke structuur past binnen verschillende opdrachten die een gemeente ter harte kan nemen.
Aangezien fuifbeleid vooral een lokale aangelegenheid is, kan de gemeente een centrale rol spelen en een belangrijke partner zijn in het bestrijden van fuifregulitis. Zij kan initiatieven nemen om de fuiforganisator te ondersteunen, de uitbouw van een eenloketfunctie vormt hier een wezenlijk onderdeel van.
Fuiforganisatoren worden geconfronteerd met een hoop regels waar ze niet wijs uit raken. Vaak worden ze van het kastje naar de muur gestuurd om aan alle nodige vergunningen te geraken. Een fuifloket waar ze terecht kunnen voor informatie en alle nodige vergunningen betekent een belangrijke ontlasting van de fuiforganisator.
Inspiratie opdoen kan bij het Vlaamse bestuursniveau. De Vlaamse overheid wil haar wetgeving helder en eenvoudig maken. Vlaanderen heeft nood aan minder, maar betere wetten en regels. Dat proces van vereenvoudiging van de regelgeving heet reguleringsmanagement. De uitbouw ervan werd vastgelegd in een regeringsbeslissing van 25 juli 2000. Op de website 'Beter Bestuurlijk Beleid' vind je alle informatie over de herstructurering van de Vlaamse overheid.
Elke overheid staat voor de uitdaging de dienstverlening aan haar burgers voortdurend te verbeteren en haar werking zo te organiseren dat ze soepel kan inspelen op nieuwe uitdagingen. Elke overheid, en dus ook de lokale zou deze bekommernissen ter harte moeten nemen.
Bij de optimalisering van de overheidsadministratie kan men rekening houden met volgende aandachtspunten:
de vereenvoudiging van de regelgeving;
De uitwerking van een loket voor feesten en fuiven binnen de het stadsbestuur van Sint-Truiden past in dit kader.
Op termijn kan een goed geolied éénloketsysteem voor de Stad Sint-Truiden ook een verhoogde efficiëntie opleveren omdat alle informatie, formulieren en bijhorende vragen en antwoorden er gegroepeerd worden en de administratieve rompslomp tot een minimum herleid wordt.
Mensen die initiatieven nemen om andere mensen samen te brengen, zorgen voor belangrijke netwerken in de samenleving. Feesten zijn een krachtig middel om verzuring en vereenzaming tegen te gaan. In feite is een opdracht van elke overheid om deze mensen verder aan te moedigen en hen maximaal te ondersteunen.
Bij de concrete invulling van het éénloketsysteem worden de volgende principes toegepast.
Administratieve last verminderen
Het is niet ondenkbeeldig dat dit systeem een nog grotere administratieve last voor de fuiforganisator met zich meebrengt. Een gemeentelijk feest- en fuifbeleid mag burgers die initiatieven willen nemen niet extra belasten. Elke doorverwijzing naar een andere dienst wijst dan ook op het falen van het principe van een uniek loket.
Geen bevolkingsgroepen discrimineren
Het uniek loket mag geen strengere voorwaarden opleggen aan jongeren dan aan andere bevolkingsgroepen. Volgens het Arbitragehof is deze schending van het gelijkheidsbeginsel enkel te verantwoorden als er objectieve verschillen zijn. Dit beargumenteren zal voor een lokale overheid niet eenvoudig zijn. Eventuele ongeregeldheden bij één of meerdere jongerenfuiven kunnen bijvoorbeeld niet worden aangegrepen als alibi om alle jongerenfuiven strenger aan te pakken.
Samenwerking als sleutelwoord
Lokale overheid en fuiforganisatoren vormen in het verhaal van het eenloketsysteem evenwaardige partners. Zowel de organisator als de lokale overheid hebben baat bij een vlotte samenwerking. De organisator brengt de gemeente via het uniek loket op de hoogte van de fuif. Als organisator geef je zo het signaal dat je bereid bent je verantwoordelijkheid te nemen, en dat je ‘als goede huisvader’ het nodige wil doen om je fuif of feest in goede banen te leiden. Mocht er iets fout lopen, dan kan de fuiforganisator zich (onder meer) beroepen op de samenwerking met de gemeente en de stappen die hij/zij in samenspraak met de gemeente ondernam om aan te tonen dat hij/zij voldoende inspanningen heeft geleverd om de fuif veilig te laten verlopen.
Het accent komt zo te liggen op de ondersteuning van de fuiforganisator, en niet op het melden van de fuif. De gemeente engageert zich om tegenover de melding door de organisator een aantal stimulerende en ondersteunende maatregelen te stellen. Op die manier wordt het organiseren van een fuif ook uit de hoek van potentiële overlast gehaald en in een ruimer en positiever kader geplaatst.
De gemeente kan overigens niet zomaar een vergunningsplicht invoeren voor fuiven.
Alle contacten in verband met fuiven in Sint-Truiden verlopen via de jeugddienst van Sint-Truiden.
Jeugddienst Sint-Truiden
Gazometerstraat 1-3
3800 Sint-Truiden
Info.jeugddienst@sint-truiden.be
Tel.: 011-70 18 80
Fax: 011-70 18 99
Interessante links:
Met dank aan
Fuifpunt.be
Stad Sint-Truiden
Jeugddienst Sint-Truiden
Provincie Limburg Dienst Jeugd
VVJ
Brandweer Sint-Truiden
Politie Sint-Truiden
Bompad Party
Dieter Clerinx